Cada vez que nasce uma crianca,
Deus volta a sorrir na terra.
Telkens als er een
kind geboren word,
Glimlacht god naar
de wereld.
![]()
ADOPTIE, een woord van
slechts zeven letters. Sommige mensen zegt het niets, maar voor mensen die op
de een of andere manier, om de een of andere reden met adoptie te maken hebben
of hebben gehad, is het een woord dat vele emoties en herinneringen op kan roepen.Dit
verhaal gaat over emoties, gevoelens en gebeurtenissen, dit verhaal gaat over
de adoptie van onze dochter Kimberley.Om de privacy
van bepaalde betrokken mensen te waarborgen, hebben wij besloten alleen onze
eigen namen voluit te gebruiken.
April 1988: Na een aantal jaren van
praten, lezen, tv-programma’s kijken, nog meer praten en lezen zijn we eruit: Yes!! Onze liefste wens, een
kindje om mee te spelen, te lachen, te huilen en op te voeden gaat vaste vormen
aannemen. We gaan een kindje adopteren!!!We schrijven
een brief naar het ministerie van Justitie om een beginseltoestemming aan te
vragen.
Januari 1989: Er komt een oproep om deel
te nemen aan een drietal oriëntatie-gesprekken.
Met zo'n
30 aspirant-adoptieouders in een zaaltje krijgen we het
een en ander te horen over de wachtlijsten (5 jaar, wat eindeloos lang) en de voor- en nadelen van adoptie. Ons kunnen ze niets meer
wijsmaken (denken we), we hebben immers al zo veel gelezen, gezien en gehoord.
Alleen die 5 jaar..., dat is wel even slikken.
Maart
1989: Via een
collega van Fred krijgen we een adres van Nederlandse
missiezusters in Brazilië; zijn dochter is daar ook vandaan gekomen en de
tweede is onderweg.We schrijven, maar helaas horen we niets terug.
Oktober 1989: Wachten, wachten,
wachten... Tja, adoptie is een tijd van wachten, hoop en teleurstelling, maar
ooit is het zover..., dan zal de blijdschap zegevieren.
November 1989: De
gezinsonderzoeken beginnen! Jeetje, ik stond te huilen aan de telefoon,
eindelijk gaat er weer eens iets gebeuren....
Januari 1990: Toch contact met de
Nederlandse missiezusters. Ze beloven niets maar...
Februari 1990:
Een telefoontje uit Brazilië. In april wordt er
een kindje geboren ons kindje… We moeten als de bliksem aan
de slag om alle papieren op 17 maart in Brazilië te
hebben, zodat een van de missiezusters die mee kan nemen.
Februari/maart
1990: We
rennen, vliegen en rijden heen en weer tussen de diverse instanties die onze
papieren in orde moeten maken. Alles vertalen, legaliseren, naar de notaris… Pppffff, we zijn dood- en
doodmoe, maar het lukt.
Maart 1990: De papieren zijn onderweg,
nu komt het leukere werk!Wij, adoptieouders, hebben
ook nesteldrang en de kinderkamer wordt gesopt en geboend, en daarna behangen, geverfd en
ingericht. Piepkleine kleertjes op hangertjes en vele, vele knuffels.
April 1990: Een telefoontje uit
Brazilië, maar niet het
telefoontje waarop we zaten te wachten… Onze baby is overleden, doodgeboren.
Kapot zijn we, helemaal
stuk, het enige wat ik nog kan is huilen, waarom, waarom, WAAROM.
Mei 1990:
We werken allebei weer en weten niet of we nog
door willen gaan. Dit nog een keer meemaken kunnen we niet aan.Veel mensen zeggen troostend : “Ach,
je hebt het niet in je buik gedragen, niet gezien, er zijn ergere dingen…”
Stommelingen! Nee, de baby droeg ik niet onder
mijn hart maar wel in mijn hart, ik
zou moeder worden en mijn baby is dood.
Eind mei 1990: Op het antwoordapparaat staat een berichtje
van Zr. L.: ”Lieve Fred en Ellen, in juni wordt er weer
een baby geboren. De biologische moeder kan er absoluut niet voor zorgen en wil
het afstaan. Jullie baby komt eraan hoor.” … Dubbele gevoelens…
Juni
1990: Nog
steeds niets gehoord, er zou toch niet weer…We bellen op, stijf van de zenuwen,
maar er is niets aan de hand, de moeder had zich in de maand vergist.
4 juli 1990: ’s Middags om 17.40 uur
komt het telefoontje.
“Gefeliciteerd
jongens, jullie zijn ouders geworden van een pracht van een dochter. Ze heeft
bruin haar, bruine ogen en een mopsneusje, ze is kerngezond en weegt zes en een
half pond.”
We zijn door het dolle
heen, racen naar de opa’s en oma’s en bellen iedereen op die we maar kennen,
het is feest!De
volgende dag al zijn er bloemen, kaarten en knuffels.
Augustus 1990: Zr A. komt terug uit
Brazilië, met foto’s van onze dochter.Wat is ze mooi, wat een plaatje, wat een poepie Nog even en dan kunnen we
haar knuffelen.
25 augustus 1990:
Vandaag zouden
we vertrekken, maar helaas komt er een kink in de kabel. Er zijn verkiezingen
in Brazilië en iedere rechter moet daar aan meedoen, zij hebben nu geen tijd
voor ons, geen tijd voor adoptiezaken.Weer een teleurstelling. Och meisje, ik
wil je zo graag in mijn armen nemen…
September 1990: Op 15 september zouden we
afreizen…, zouden we ja, want weer komt er een kink in de kabel.De advocaat
komt tot de ontdekking dat we nog geen 30 jaar oud zijn en in Brazilië geldt
dat als minimumleeftijd voor adoptieouders…Gelukkig,
god zij dank verandert die wet in oktober, op de dag van het kind, en we mogen
in november komen…
Oktober 1990: Oh Kimberley, wat een geluk dat die wet veranderd wordt, je bent al 3 maanden onze dochter, je bent een deel van ons leven dat nooit meer weg te denken valt, we willen zo graag naar je toe.
![]()
3 november 1990: We gaan, we gaan echt! We nemen afscheid voor een maand van
alle mensen die ons zo gesteund hebben: ouders, broers, zussen en vrienden, we
gaan onze dochter halen.Om 18.30 uur stijgen we op, er komt een gevoel van rust over ons, we
zijn onderweg en niemand kan ons nog tegenhouden.Om 23.30 uur dineren we in het
vliegtuig en moeten dan verplicht slapen.Ik denk dat het me nooit zal lukken,
maar wonder boven wonder val ik in slaap en is het zomaar ineens 4 november.
4 november 1990: Om 07.00 uur komen we in
Sao Paulo aan, het is er druk, warm en vies. We
hoeven niet lang te wachten op het vliegtuig naar Recife,
weer een stapje dichterbij. In Recife moeten we geld
wisselen, maar oh help, alle banken zijn dicht… Wat nu?Een politieman gebaart
ons dat we maar bij een taxichauffeur moeten wisselen, ja lekker…, worden we
straks opgepakt! Maar nee hoor, dat schijnt hier vrij normaal te zijn.Dan weer
het volgende vliegtuig in, naar Maceio. Het lijkt wel
of we van de ene bus in de andere stappen, vliegen is niet eng en interessant
meer.Om 16.30 uur zijn we er eindelijk. Bij het hek staat Zr. L. triomfantelijk
te zwaaien en te roepen.We maken kennis met Josje,
een novice, en stappen dan in de auto voor nog een rit van zo’n
slordige 2 uur. Dan zijn we eindelijk in het dorpje waar Kimberley
is geboren en op ons wacht.We lopen het klooster binnen en worden ontvangen
door een tiental novicen die ons toelachen en toeroepen…
Maar ik zie maar één ding, ons meisje dat onmiddellijk onder luid applaus in
mijn handen wordt geduwd.Ze begint ontroostbaar te huilen en eigenlijk wil ik
wel even meedoen, ik ben zo moe… Toch knuffelen we even en bewonderen
haar, maar Kimberley vindt het maar helemaal
niets.Dan gaan we wat eten en worden naar onze kamers gebracht, we krijgen een zit- en slaapkamer. We pakken onze koffers uit, praten nog
even met Zr. L. en gaan dan slapen, onder de klamboe ergens in een dorpje
midden in de rimboe van Brazilië.
5 november 1990: Om 07.30 uur worden we wakker, even douchen en dan op zoek naar de eetkamer. Wat is zo’n klooster groot! Maar we vinden het.We ontbijten en horen ondertussen van Zr. L. dat zij al om 05.00 uur opstaan en om 06.30 uur ontbijten… Van ons wordt dat niet verlangd, pppffff!Om 09.30 uur gaan we naar het missiehuis een eindje verderop en maken kennis met Zr. A. en Zr. J. We drinken koffie, gaan lunchen en dan verplicht siësta houden tot 14.30 uur, wat een luxe zo’n hangmat!Dan naar Kimberley toe, die de afgelopen maanden verzorgd is door een pleegmoeder, Donna H.Ze lacht en brabbelt wat. Nu kan ik haar eens rustig bekijken. Ze is lekker mollig en haar oogjes en haartjes die nu krullen zijn nog steeds bruin. Ze ziet er gezond uit en laat duidelijk merken dat ze er is!Er worden wat foto’s gemaakt van ons drietjes, die meteen worden weggebracht zodat ze morgen op de bus naar Holland kunnen, naar de opa’s en oma’s.Daarna lopen we wat door het dorpje. De mensen kijken naar ons alsof we van de planeet mars komen, we zien zo wit en lopen zo snel…Later in die maand vallen we niet eens meer op, we zijn bruin geworden en hebben ons tempo aangepast aan dat van de Brazilianen.Als we ‘s avonds wat op onze kamer zitten te praten (over Kimberley natuurlijk!) komt een van de novicen ons halen.In de zitkamer aangekomen kijken we onze ogen uit. De tafels liggen vol met rijst en bonen, alle giftige stukjes moeten eruit gezocht worden en dan worden er zakjes van gemaakt. Om uit te delen op vrijdag, ’armendag’…We schuiven aan en helpen een handje mee, we hebben de grootste schik om de spraakverwarring die iedere keer weer opduikt. We hebben niets aan ons Engels, Duits en Frans, er wordt alleen Portugees gesproken. Toch begrijpen we elkaar, met handen en voeten doe je veel, het is het begin van een vriendschap tussen die Braziliaanse novicen en ons.
6 november 1990: Kimberley
moet naar het ziekenhuis, ze blijkt al enige dagen diaree te hebben en dat is
niet zo best in zo’n land als dit. De adrenaline giert door
mijn lijf, mijn kind is ziek en moet geholpen worden. Naar het ziekenhuis dus,
samen met Donna H.De arts zegt dat het een virus is… oei, oei. Weinig aan te
doen, veel laten drinken en goed op blijven letten.’s Middags moeten we naar de
rechter. Hij neemt alle papieren zeer zorgvuldig door, en ja hoor, natuurlijk
er is weer eens wat. De huisarts heeft verzuimd in onze medische verklaring te
vermelden dat we ook geestelijk gezond zijn, dus moet er een nieuwe medische
verklaring komen.Gelukkig mogen we een en ander regelen met een staatsarts die
in het ziekenhuis werkt. We maken een afspraak met dr. B. , en zijn best een
beetje nerveus.
7 november 1990: Vandaag staan we vroeg op.
Er staat een bezoek aan het Christusbeeld op het programma. Het staat op een berg
en lijkt het hele dorp met zijn inwoners te omarmen. Het eerste stuk kunnen we
met de auto, de rest moeten we klimmen. Het is nog vroeg, 08.00 uur, maar toch
is het al warm.Tijdens het wandelen komen we voor het eerst echt in aanraking
met de vreselijke armoede die hier heerst. Kinderen in lompen zoeken naar wat
hout om een vuur aan te leggen en naar iets eetbaars wat ze daarop kunnen
koken…Boven is het uitzicht prachtig en als Fred in
de arm van het Christusbeeld klimt om foto’s te maken, staan Zr. L. en ik arm
in arm te griezelen.Haar warmte en goedheid geven mij een moeder/dochter-gevoel.De rest van de dag wordt besteed aan klusjes
in en om het klooster. Lampje maken, kastdeur maken,
water halen en een koffiezetapparaat. De rest van de tijd die we daar
doorbrengen zullen we de traditie voortzetten die we vandaag begonnen zijn,
namelijk iedere week stiekem een kratje frisdrank, koek en kokos in de
voorraadkast van het klooster zetten. De novicen vinden het zalig. Voor hen is
het elke week een verrassing om te zien dat er weer wat lekkers staat en voor
ons een groot plezier om die blije gezichten te zien.Natuurlijk gaan we ook
weer naar onze dochter, maar die is niet erg lekker, de onrust die ik voel gaat
niet zomaar weg.
8 november 1990: Vandaag moeten we naar dr. B. De zenuwen gieren me
door de keel, maar het valt mee. Hij doet niet moeilijk, hij zal drie (!!) medische verklaringen opstellen, een voor Fred, een voor mij en een voor ons beiden, dan moet het
vast wel lukken.Ook
bij het ziekenhuis worden we met onze neuzen op de armoede gedrukt. Buiten staat een lange rij zieke
mensen, doodzieke kinderen, mensen met gezwellen en open wonden, te wachten om
eventueel geholpen te worden vandaag.Maar wij met onze blanke huid en onze
dollars hoeven niet te wachten. Oh nee, wij mogen meteen naar binnen en worden
meteen geholpen. Je schaamt je dood, maar je kunt niets doen tegen deze
onrechtvaardigheid.Per dag worden er vijf mensen kosteloos geholpen, vijf
mensen die onwillekeurig door de artsen uit de rij worden geplukt. Machteloos
ben je en dat doet pijn.We gaan meteen door naar Kimberley,
maar helaas huilt ze weer alles bij elkaar, wil alleen maar bij Donna H.
zijn… Maar ik ben haar moeder… toch??
9 november 1990: Vandaag gaan we met Zr. L.en Zr. J. de sloppenwijken in,die
zich op een berg bevinden en waar de aller-,
allerarmste mensen wonen.Het valt niet mee, huisjes van klei die bij de eerste
de beste regenbui naar beneden storten. Geen water, gas of elektra, een open
riool dat door de ’straten’
loopt, zodat allerlei enge ziektes vrij spel hebben op deze toch al ondervoede
mensen. Kinderen met dikke buikjes van de honger en de wormen…We
willen niet filmen en ook geen foto’s maken. Maar het gekke
is dat die mensen dat wel graag willen, ze denken dat we van de televisie zijn.
De mensen zijn warm, vriendelijk en open. ze willen
ons aanraken, met ons mee wandelen en verhalen vertellen.Maar wat moet je
zeggen als een vrouw vertelt dat nog maar drie van haar tien kinderen leven,
dat zeven van haar kinderen gestorven zijn aan ondervoeding en ziektes? Wat kun
je anders doen dan alleen haar hand vasthouden en haar laten vertellen?De
zusters doen wat ze kunnen om deze mensen te helpen. Bij veel van de huisjes
zijn al wc’s geplaatst, alleen… ze gebruiken die als schuurtje en doen hun
behoefte nog steeds buiten, dat zijn ze zo gewend. Ook zijn er waterkranen
geplaatst, waar gewassen kan worden en drinkwater gehaald, maar beneden in het
meertje kun je je ook wassen… Er is een schooltje
gebouwd, maar de leraren zijn al maanden in staking. Er wordt kleding
verstrekt, afkomstig uit dozen die uit Nederland worden gestuurd, maar er komen
steeds meer en meer mensen bij, het is gewoon nooit genoeg.’s Middags gaan we
nog even naar Kimberley, ze slaapt… Dan maar
even de stad in om Braziliaanse kerstkaarten te kopen. We schrijven wat brieven
naar huis, maar onze gedachten zijn duidelijk ergens anders.
10 november 1990: We gaan vandaag naar de
markt. En echt, je weet niet wat je ziet. Er is van alles te koop, echt alles.
Kippen, schoenen, injectienaalden, kleding, groente/fruit, tabak, medicijnen,
hoedjes, ondergoed… echt van alles.Voor ons is een jurkje van tien gulden niet
duur, maar deze mensen verdienen gemiddeld maar tien gulden in de week…Toch
kopen we het een en ander voor Kimberley, schoentjes,
jurkjes en luierbroekjes. Leuk voor nu, maar ook voor later.’s Middags zegt Zr.
L. dat we maar eens naar Donna R. moeten gaan, de biologische moeder van Kimberley. Dus hup de auto in en rijden maar. Ze woont in
een andere staat maar Zr. L. weet goed de weg. Nu maar hopen dat ze thuis is.We
krijgen de schrik van ons leven als we bij haar huisje aankomen… Huisje is niet
het juiste woord, het is een kippenhokje. De zus van Kimberley
doet open, omhelst ons zwijgend en gaat dan haar moeder halen.We zitten in het
huisje stiekem dikke brokken weg te slikken, zo’n
armoede. Eén bed om samen op te slapen, een open vuurtje om te koken en dat is
het wel. Geen toilet, water, gas en elektra…Donna R. komt binnen en omhelst ons
ook. Er ontstaat een zeer persoonlijk gesprek, dat alleen voor Kimberley bestemd is en daarom uit dit verslag wordt
weggelaten.We maken foto’s en gaan dan ontroerd en diep onder de indruk naar
huis.In het klooster aangekomen vlieg ik naar boven en huil tranen met tuiten.
En ik maar denken dat ik alles over adoptie wist… ‘s Avonds komen
de novicen ons van boven halen voor een spelletje rummy-cup.
Eigenlijk hebben we geen zin, maar de meiden die onze stemming goed aanvoelen
trekken ons mee en halen malle grappen uit, en dan kunnen we tenminste
weer een beetje lachen.
11 november 1990: Weer staan we vroeg op,
want we gaan met Zr. A. de binnenlanden in; we gaan op bezoek bij financiële
adoptiegezinnen.Haar kevertje rijdt op alcohol en wat ik al vreesde gebeurt
ook, de auto stopt ermee en is met geen mogelijkheid meer aan de praat te
krijgen. Daar sta je dan midden in de rimboe! Maar zie daar, van overal komen
er mensen om te helpen duwen, net zolang totdat de auto het weer doet.We
bezoeken verschillende gezinnen en zien iedere keer weer de armoede. En hoewel
het ons strikt verboden is om geld te geven in de krottenwijken, mogen we het
nu wel doen. Het
geeft een goed gevoel om een klein steentje bij te dragen en het wordt
oogluikend toegestaan door Zr. A. ‘s Middags halen we Kimberley
op en brengen haar naar onze zitkamer. Ze moet toch langzamerhand aan ons gaan
wennen, zolang ze bij haar pleegmoeder is went ze nooit aan ons.Eerst huilt ze heel erg,
alsof ze zeggen wil: “ik vind dit maar niks”, maar als we met haar op het grote bed
gaan keten heeft ze dikke pret en moet ze vreselijk lachen. Niet veel later
valt ze in slaap en kijken wij vertederd toe. Als ze wakker is gaat ze weer
naar Donna R., ze moet langzaam wennen.‘s Avonds hebben we een verjaardag van
twee novicen. We krijgen meteen bij binnenkomst een bordje met taart, kip en
nog iets (??) in onze handen geduwd en een flesje
prik.Als alles op is gaan de novicen zingen en dansen. Zo mooi als zij kunnen
zingen…
12 november 1990:
Ook vandaag
weer vroeg uit bed.We gaan naar een missiepost die een eind verder in de
binnenlanden ligt. De rit er naartoe is schitterend, het landschap is een lust
voor het oog.Om 11.00 uur zijn we er en drinken koffie met de drie zusters die
daar wonen.Na het eten is er het verplichte slaapuurtje. Maar nee, wij zijn
eigenwijs, willen niet slapen en gaan naar de markt.Dat hadden we beter niet
kunnen doen, het is veertig graden en we smelten bijna. De zusters verklaren
ons dan ook voor gek en ze hebben gelijk!’s Middags bezoeken we een aantal projecten
van Zr. O. Onder andere de ’farm’ waar groente, rijst en fruit wordt verbouwd
voor de kinderen in de crèches.Daarna naar het Christusbeeld (bijna ieder dorp
of stadje heeft er een). Boven aangekomen hebben we
een prachtig uitzicht over de rivier.Toch wordt het me allemaal even te veel,
ik mis Kimberley nu al en het is de bedoeling dat we
hier drie dagen blijven.
13 november 1990: Ook vandaag staat
volgeboekt met uitstapjes.We huren een
boot voor de hele dag en bezoeken al varende diverse projecten die aan de
rivier liggen. De mensen zijn er hier zichtbaar beter aan toe. Door de rivier
is er altijd water en kunnen ze met de hulp van de zusters vele soorten voedsel
verbouwen. Ook zijn er crèches, zodat de ouders kunnen werken en de kinderen
toch goed verzorgd worden.Tussen de middag bezoeken we een van de crèches en blijven daar eten.
De kinderen zijn blij en vrolijk en zien er over het algemeen goed uit. Als ze
gegeten hebben (zelfs de kleintjes van 1 à 2 jaar eten zelf) worden er dekens op de
vloer gelegd en gaan de kinderen lekker liggen (de kleinsten gaan in ledikantjes). Binnen 10 minuten liggen ze allemaal te
slapen… Wat een snoepies, om
op te vreten.Eenmaal weer in de boot speel ik loom met mijn handen in het water
totdat Zr. L. zegt dat er in dit deel van de rivier piranha’s zitten… Oeps!En
dan volgt er nog een verrassing. Op een eiland midden in de rivier woont een
indianenstam, of we die willen ontmoeten… Ja natuurlijk!Als we aanmeren komt de
medicijnman al aanlopen om te vragen wat we willen. Na wat heen en weer gepraat loopt hij
weer weg, even aan het opperhoofd vragen of wij mogen komen kijken.Het mag! Dus
hup de boot uit en achter de medicijnman aan.We bezoeken het dorp, de hutjes,
de kerk (met honderden vleermuizen), de begraafplaats en kijk…, er staat zelfs
nog een totempaal. Wat een avontuur.Dan terug naar het missiehuis. Omdat het
nog vroeg is, gaan Fred en ik nog even zwemmen in de
rivier. We zijn al lekker bruin, dus echt opvallen doen we niet meer tussen al
die zwemmende en rondspetterende Brazilianen.Na het eten even douchen…
Getverderrie, allemaal grote, vieze, zwarte kakkerlakken, jakkes!!!
14 november 1990: We gaan terug naar het
klooster, naar Kimberley.We krijgen cadeautjes mee, kraamcadeautjes zeggen de
missiezusters.Als
we in de auto zitten vertellen we Zr. L. dat we Kimberley
naar ons toe willen halen, want op deze manier went ze nooit aan ons en we
moeten volgende week weer naar de rechter om te laten zien dat ze aan ons
gewend is.In het dorp gaan we meteen op zoek naar een bedje en een badje, en
men belooft dat het diezelfde dag nog wordt gebracht. Maar al wat er komt, geen
bedje en geen badje, dus moet Kimberley nog een
nachtje bij haar pleegmoeder blijven.
15 november 1990:
We halen Kimberley naar ons toe.Voor haar pleegmoeder
een moeilijk moment, maar ze weet dat het moet. Eerst brult Kimberley alles bij elkaar, maar als we haar in bad zetten
is ze stil. Heerlijk dat frisse water waarin je kunt meppen,
zodat papa en mama ook kletsnat worden. Ook de hangmat is favoriet, ze vermaakt
zich prima.Als ze slaapt gaat Fred weer met een van
de zusters op pad en ik blijf thuis.Zo zal het straks ook zijn…, papa naar zijn
werk en ik thuis met Kimberley.‘s Nachts wordt ze
drie keer wakker, ikzelf slaap door alles heen deze nacht, moe als ik ben door
alle emoties en uitstapjes. Gelukkig wordt Fred wel
wakker en zorgt voor zijn dochter.
16 november 1990: Om 05.00 uur wordt Kimberley wakker, wat een tijd!We geven haar een flesje,
een bad en schone billen, dan naar beneden om te ontbijten.De novicen vinden
het prachtig dat zij er is, ze verhuist van de een naar de ander en vindt al
die aandacht heerlijk.Om 07.30 uur is er telefoon, of we om 08.00 uur bij de
advocaat willen zijn om het bewijs te leveren dat Kimberley
het bij ons naar de zin heeft.Dat bewijs krijgt hij, ze ligt heerlijk te slapen
in mijn armen... Dan gaat Fred weer op pad en breng
ik de dag door door met haar te spelen en haar te
verzorgen.Maar wat een rampzalige luiers hebben ze
hier. Een dun stukje stof, één keer plassen en alles is nat, inclusief mama.
Maar ja, papieren luiers hebben ze hier niet.
17 november 1990: We hebben de hele nacht
niet geslapen, Kimberley huilde en huilde aan een
stuk door. Niets was goed, flesje niet, schone billen niet,
badje niet, wiegen niet, zingen niet, hangmat niet, speentje niet…, we zijn
gebroken.Ook overdag blijft ze huilen en zijn we de hele dag samen met
haar in de weer. Als ze af en toe eventjes in slaap valt, liggen wij ook meteen
voor pampus.
18 november 1990: Ook vannacht was het weer
een ramp.Zr. L. stelt voor om Kimberley
een eigen kamertje te geven, zodat ze in ieder geval rustig ligt en ons niet
hoort praten of fluisteren (of snurken!).De novicen helpen mee het kamertje aan de overkant
in orde te maken en in de tussentijd geven we Kimberley
alle aandacht.Op de deur hangen zij een bordje met de tekst: V.I.P. Kimberley.’s Avonds vertellen we de zusters dat Fred even stopt met het bezoeken van projecten, Kimberley gaat nu even voor. Gelukkig begrijpen zij dat.
19 november 1990: Aha, dat was het dus!Ook
vannacht werd Kimberley wel een paar keer wakker,
maar na het geven van een knuffel, een aai over de bol en het speentje, doen we
resoluut de deur dicht en gaat ze weer slapen.Ook overdag gaat het goed. De
hangmat en het bad blijven favoriet, maar ook de schommelstoel is leuk.Als haar
pleegmoeder komt, hou ik mijn hart vast. Maar Kimberley lacht even naar haar en gaat dan door met spelen
in de hangmat. Als ze weggaat, kijkt Kimberley haar
even fronsend na, maar ze huilt niet.‘s Middags bezoeken we een kindertehuis.
In dit grote opvanghuis leven ongeveer vijfhonderd kinderen. Ze maken de meest
prachtige dingen met houtsnijwerk, ossenwagens, Christusbeelden,
kerststalletjes, paardenkoppen…, te veel om op te noemen. Ze staan ermee op
markten en dergelijke en verkopen dan hun werk. Ook wij kopen het een en ander,
leuk voor later, voor Kimberley.
20 november 1990: Kimberley
heeft vannacht doorgeslapen, wat een luxe.De dagen krijgen een bepaald ritme. Om 05.00 uur opstaan, flesje, badje, schone billen en dan
ontbijten. Om 09.00 uur gaat Kimberley meestal
weer even slapen en gaan wij een project bezoeken, naar de markt of bij de
andere zusters koffie drinken.Altijd is wel een van de novicen bereid om op Kimberley te passen. Vooral Josje
is dol op haar, en met haar bouw ik deze weken dan ook een band op die nooit
meer zal slijten, ook al zien we elkaar misschien nooit weer.Vanmiddag gaan we
naar de ’Clube’, een soort opvangcentrum voor
zwangere vrouwen uit de sloppenwijken. Drie keer per week komen ze hier bij
elkaar en naaien een uitzetje voor de baby. Op deze manier krijgen zij ten minste drie keer in de week een voedzame, stevige
maaltijd. Als de bevalling nadert, nemen zij het uitzetje mee naar huis en
krijgen dan ook nog een stukje zeep, talkpoeder, een speen en een fles mee. Een
mooi project.Daarna gaan we nog even naar het museum in het dorp en kopen daar
een T-shirt voor Kimberley, met het wapen van het
dorp erop.Dan gaan we koffie drinken bij Zr. A. en Zr. J. Zr. L. belt onze advocaat
om te vragen hoe laat we morgen bij de rechter moeten zijn, en ja hoor… er is
weer wat.“Hoe komt u erbij dat jullie morgen mogen komen?” Nou, dat had de advocaat dus zelf
doorgegeven. Hij is heel nijdig en roept dat hij van niks
weet en dat het nog wel een tijdje zal duren voor we mogen komen en ga zo maar
door.Verbluft hangt Zr. L. de telefoon op en vertelt het hele verhaal. Ik kan
wel huilen. Als we deze week niet naar de rechter kunnen, moeten we nog langer
blijven dan deze eindeloze maand… We slapen slecht en besluiten, in een
nachtelijk gesprek, om morgen dan maar de ouders te bellen met het slechte
nieuws dat we nog langer moeten blijven.
21 november 1990:
We zijn
ontzettend down.Zr. L. raadt ons aan nog even te
wachten met naar Holland te bellen.Tussen de middag eten we bij Zr. A. en Zr.
J. als de telefoon gaat. Het is de advocaat…,
“vanmiddag om 15.00 uur bij de rechter”, zegt hij.Zr. L. legt stralend de
telefoon neer. ”Jongens, ik denk dat we morgen het paspoortje aan kunnen gaan
vragen." En natuurlijk, ik huil weer. Deze keer van blijdschap een
ontlading van de spanning.Om 15.05 uur staan we alweer buiten. Heb ik me daar
nou zo druk over gemaakt? De adoptie is goedgekeurd, hoera!!!De
rest van de dag zijn we in een feeststemming.
22 november 1990: Om 04.30 uur staan we al
op, flesje, badje, luiertje. En om 06.00 uur staan we samen de babywas te doen,
met de hand natuurlijk, want wasmachines zijn er niet. Ooit hebben we een
poging gedaan de novicen te vertellen dat er in Nederland zelfs afwasmachines
bestaan, hetgeen tot grote lach-
en gierpartijen leidde. Dat kan toch niet, dan gaat alles toch kapot in zo ’n
trommel… Om 07.00 uur vertrekken we naar Maceio, naar
de police federal.We
krijgen een stapel papieren mee voor de advocaat en gaan dan de stad in. We
kopen vlaggen van Brazilië, leuk voor later, en allerlei leuke souvenirs om uit
te delen als we weer in Holland zijn.We zijn pas om 18.00 uur thuis en als we Kimberley hebben gehaald en nog even met haar hebben
gebadderd en gespeeld, gaat ze al vlug slapen.Wij bellen de ouders nog even op
om te vertellen dat er schot in de zaak zit en gaan dan heerlijk slapen.
23 november 1990: Het is vandaag armendag,
wat kun je meer doen dan zakjes rijst en bonen uitdelen … Er komt bericht dat
de papieren van onze adoptie in het kantorium zijn en dat men haast zal maken… We durven al een klein
beetje te hopen dat we op 3 december met z’n drietjes naar huis kunnen.Bij de
post zit een lading kaarten uit Holland. Oh ja, ik ben bijna jarig!
24 november 1990: Vandaag doen we niets
anders dan spelen en knuffelen met Kimberley. Ze
geniet van alle aandacht en als we het badje buiten op de patio met water
vullen, is het feest compleet. In bad gezeten ontvangt ze als een prinsesje
alle novicen, die een voor een op haar geschater afkomen. We zingen met z’n allen liedjes voor haar, kortom een feestelijke dag.
25 november
1990: Vandaag gaan we naar een
indianenstam, die een half uurtje rijden van het klooster woont. De naam van de
stam is xucuru cariri. Het
opperhoofd vertelt dat ze niet voor ons gaan dansen, want de meeste mannen zijn
op jacht. Maar hij wil ons wel meenemen naar de heilige plaats, en dat is een
eer want daar zijn nog nooit ’visitados’ geweest.Hij bekijkt ons van top tot
teen en zegt dan resoluut dat we zo niet mee mogen in onze korte broeken. Dus
krijgt Fred een broek van het opperhoofd, die absoluut niet dicht kan en minstens 20 cm te kort is,
en ik een rok van zijn vrouw die mijlen en mijlen te lang en te wijd is.We
mogen niet lachen, dan zouden we het opperhoofd beledigen. Maar als hij nog
even naar binnen gaat, liggen alle novicen, Zr. L. en wij te rollen van het
lachen.Dan gaan we op weg. We gaan een smal bospad op en ineens zijn we in een
andere wereld beland.Ik zie een indiaan voor ons uitlopen en in de struiken
slaan, dus ik vraag wat hij aan het doen is. Het antwoord is kort: slangen
wegjagen… Oeps!We lopen nu echt midden in de rimboe en de natuur is
overweldigend. Prachtige bloemen en struiken, de stilte, hand in hand over
boomstammetjes die over bosriviertjes liggen, zo mooi …
Dan zijn we bij de heilige plek
en het opperhoofd vertelt het verhaal van zijn stam. Hoe de blanke mensen beetje
bij beetje hebben afgenomen wat van hen is. Z. L. vertaalt alles en Fred legt alles op de video vast.Na het rusten gaan we
langs een ander pad terug. Op een gegeven moment zien we een indiaan (alleen
met een lapje voor) doodstil in het riviertje staan, de speer in zijn hand.
Ademloos kijken we toe. Ineens beweegt de speer en zit er een vis aan. Het
beest wordt zonder meer gevild en daarna staat de indiaan weer doodstil op zijn
plekje...
Terug in het indianendorpje wordt er koffie gedronken en honing van wilde bijen
gegeten. Daarna een etentje voor drie personen in het klooster (de novicen
blijven de hele dag bij de indianen) en dan een lange middagtuk.Om
16.30 uur worden we pas wakker en halen meteen Kimberley
weer op.
26 november 1990 : Om 05.30 uur maakt Kimberley ons wakker.Ik voel me raar, een beetje verdrietig. Vandaag ben ik jarig, word ik achtentwintig jaar en voor het eerst in mijn leven zijn mijn ouders, broers, zusters en vrienden er niet bij.Als we de eetzaal inlopen beginnen de novicen te zingen: happy birthday.En ja hoor, natuurlijk weer tranen (ik huil hier wat af). Mijn plekje aan tafel is versierd met kleedjes en bloemen. Er zijn pakjes van alle novicen en iedereen omhelst iedereen, god wat lief.De meiden hebben als extra verrassing ook nog een bolo (cake) gebakken.Wat nou huilen omdat mijn familie er niet is. Mijn man, mijn dochter en al mijn Braziliaanse vrienden zijn bij me vandaag… Maar mijn mooiste cadeau komt nog. Fred en Zr. L. zijn naar het kantorium gegaan om te kijken hoe het met de papieren staat.Om 10.00 uur komt Fred binnen stuiven: Ellen, kom op, we moeten tekenen. Op mijn achtentwintigste verjaardag word Kimberley officieel onze dochter, vanaf vandaag draagt zij onze achternaam. Zo’n mooi verjaardagscadeau krijg ik nooit meer.‘s Avonds eten we bij Zr. A. en Zr. J., ze hebben hun best gedaan! Patatjes en gehaktballetjes… Tijdens het eten gaat de telefoon, mijn vriendin, om me te feliciteren. Daarna nog meer telefoon, van de wederzijdse ouders en een schoonzusje. Van de zenuwen weten we allemaal niet goed wat te zeggen, maar het is goed om elkaars stem even te horen.
27 november 1990: Vandaag lopen we van
kantoor naar kantoor om alle papieren rond te krijgen. Als ze nu opschieten
kunnen we vanmiddag naar Maceio om het paspoortje aan
te vragen.Pas als de advocaat een paar donderende telefoontjes pleegt is alles
ineens rond.‘s Middags dus naar Maceio.Bij de police federal zeggen ze dat we
nog één papiertje missen, maar dat mogen we donderdag meenemen als we het
paspoortje komen halen.Dan nog even naar het kantoor van de Varig
(luchtvaartmaatschappij). De vlucht naar huis willen we liever niet in drie
etappes doen. Dat wordt nog een hele rompslomp, maar uiteindelijk kunnen we van
Maceio naar Rio en van Rio rechtstreeks naar Amsterdam. Het enige nadeel is dat we
op Rio acht uur moeten wachten. Maar ach, dan kunnen
we het vliegtuig haast niet meer missen…
28 november 1990: Om zeven uur is Zr. L. al op weg om dat laatste papiertje bij de rechter op te halen. Even later komt ze triomfantelijk zwaaiend de zitkamer in, alles is nu compleet.We gaan nog een keer naar de sloppenwijken. De mensen zijn aan ons gewend en kletsen en zwaaien vriendelijk.Toen wij naar Brazilië vertrokken, kregen wij de waarschuwing om absoluut niet alleen door het dorp en de sloppenwijken te wandelen. Wij hebben het al die tijd wel gedaan. Een groet, een glimlach of een aai over de bol van een kind doet wonderen.Wij accepteren de mensen zoals ze zijn en dan doen zij dat ook.Thuisgekomen vinden we weer een berg post uit Holland. Allemaal brieven deze keer. In Holland is het berekoud en hier is het rond de veertig graden.’s Avonds begint langzaam maar zeker het besef door te dringen dat als we morgen het paspoortje hebben, we ook bijna naar huis gaan. En hoe graag we ook naar huis willen, toch doet dat idee nu al een beetje pijn.
29 november 1990: We gaan naar Maceio.Kimberley ligt achter in
de auto, in de reiswieg te slapen.Om 10.00 uur stappen we een beetje nerveus
het kantoor van de police federal
binnen. We overhandigen het laatste papiertje en gelukkig is nu alles goed.Het
duurt nog zeker een half uur voordat het paspoortje klaar is, en echt
vriendelijk kijken de mensen daar niet.Ik heb op aanraden van de zusters een
nette jurk aan getrokken en Fred een lange broek en
overhemd. Schijnbaar wordt daar erg veel prijs op gesteld.Na een half uur moet
een voetafdruk van Kimberley in haar paspoortje
worden gezet.Ze heeft al die tijd in mijn armen liggen slapen en ook tijdens
het insmeren van haar voetje met inkt en het zetten van de voetafdruk word ze
niet wakker en slaapt ze lekker door.Eenmaal buiten het zicht van de police federal springen we twee
meter de lucht in. Yes, yes,
yes, we mogen nu bijna naar huis.’s Middags helpt Fred Zr. J. met het inpakken van de tassen voor de zwangere
vrouwen van de ’Clube’. Ze vraagt of we niet voor
altijd kunnen blijven, al is het alleen maar om die tassen in te pakken… Ja ,
we begrijpen het wel, we zullen hen ook vreselijk gaan
missen… ’s Avonds eten we
beschuit met muisjes met de zusters en bellen naar Holland met de mededeling
dat we het paspoortje hebben en dat we 3 december op het vliegtuig zullen
stappen.Later horen we dat er na ons telefoontje groot feest gevierd is in Holland.
30 november 1990:
Vandaag brengen
we een novice naar huis van wie de vader ineens heel ziek is geworden.Onderweg
naar het klooster komen we een steenbakkerij tegen. We worden uitgenodigd om te
komen kijken en filmen. Ook in de nabijgelegen farinjaschuur
(meel) worden we uitgenodigd om te komen kijken. Leuk, zo op de valreep nog wat
van het land en zijn mensen mee te maken.‘s Middags eten we beschuit met
muisjes met de novicen.Leuk om die gezichten te zien: beschuit met muisjes?!?Er wordt een feestje gebouwd en Kimberley
wuift stralend met haar paspoortje in het rond… Ja,
het wordt tijd om naar huis te gaan.
1 december 1990: Voor het laatst naar de
markt, voor het laatst door de stad lopen, voor het laatst de welbekende
winkeltjes en straatjes doorkruisen.Afscheid nemen is best heel moeilijk.
2 december 1990: Koffers inpakken!!! Tja, dat valt niet mee. We hebben nogal wat gekocht voor
Kimberley voor later. Na drie keer alles erin en
eruit te hebben gehaald, besluiten we onze kleding en schoenen voor het
grootste deel maar hier te laten. Er zijn genoeg mensen die er dolblij mee
zullen zijn.De rest van de dag gebruiken we om te rusten, de terugreis zal
immers lang en vermoeiend zijn.‘s Avonds gaan we nog even met Kimberley naar Donna R. Afscheid
nemen… Als we terugkomen
worden we de zitkamer in geloodst. De novicen hebben een paar prachtige nummers
voor ons ingestudeerd, gitaar en zang, liedjes over afscheid en
weerzien…
Bij Josje lopen de tranen over haar wangen, en dan
begin ik ook nog, en uiteindelijk huilen we met zijn allen. Ik wil zo graag
naar huis, maar eigenlijk zou ik al die lieve mensen mee willen nemen.
3 december 1990: We zijn opgewonden en blij,
we gaan naar huis, met zijn drietjes.Om 08.30 uur slepen we de koffers naar
beneden en leggen ze in de auto. Buiten staan alle novicen en zusters klaar om ons uit te zwaaien.Josje en ik houden elkaar nog even stevig vast en moeten
uiteindelijk door Zr. K. uit elkaar worden getrokken. Jullie moeten gaan
Ellen…
Ook Fred heeft het heel erg moeilijk, maar na een
half uurtje rijden zakken de emoties en komt de blijdschap terug.We drinken nog
wat met Zr. R. op de luchthaven en mogen dan het vliegtuig in.We stijgen op en
weer komt dat gevoel van bevrijding, we gaan naar huis, met zijn drietjes, en
niemand die ons nog tegenhoudt.In Rio moeten we acht
uur wachten, geen punt. Het stikt hier van de winkeltjes en om beurten lopen we
wat rond. Om beurten ja, want Kimberley slaapt als
een roosje in haar reiswieg.Eindelijk kunnen we instappen, de laatste
etappe.Wij kijken de hele nacht naar onze dochter en zij, zij slaapt de slaap
der onschuldige.
4 december 1990: Om tien uur krijgen we een
ontbijtje. Kimberley is ondertussen gevoed, gewassen
en verschoond. Ze ligt heerlijk te spelen in de
reiswieg en af en toe zit ze op schoot vrolijk om zich heen te kijken.En om
16.40 uur landen we veilig op schiphol. Eindelijk thuis.We racen door de gangen
op zoek naar de koffers. In de consternatie ren ik de paspoortcontrole voorbij,
maar de jongeman achter de balie gebaart naar Fred
dat het wel goed is…, heeft wel meer met dit bijltje gehakt denk ik.We vinden
de lopende banden, maar waar blijven die koffers nou toch?Ineens ontdekt Fred de hele familie en vriendenschaar achter de ramen.In
triomf heft hij Kimberley hoog boven zijn hoofd en
loopt naar het raam.Iedereen roept, juicht, lacht en huilt, het is een compleet
gekkenhuis.Dan zijn eindelijk de koffers er en kunnen we door de deur.Daar
ontstaat een complete opstopping, want iedereen wil Kimberley
vasthouden en iedereen wil ons
omhelzen…
Na een half uur van uitgelaten vrolijkheid, overgoten met duizenden tranen,
kijk ik eens om me heen. Er zijn spandoeken, bloemen en zoveel mensen. Niet
alleen de directe familie en vrienden, maar ook ooms, tantes en andere adoptieouders trakteren ons op een warm welkom. Kimberley brult ondertussen. Al die vreemde mensen die haar
knuffelen en willen vasthouden. Kom maar bij mama, zeg ik, en ze is weer stil.
Een gevoel van geluk stroomt door me heen.We rijden in optocht naar huis. En ook daar is het
feest compleet, een ereboog van bloemen waar we doorheen moeten om naar binnen
te mogen. Een spandoek aan de voordeur, slingers, ballonnen, talloze bloemen,
kaarten en cadeautjes.Met het hele span eten en kletsen. Wat machtig allemaal.
We laten ons verwennen en genieten volop. Als klap op de vuurpijl komt er nog
een schitterende taart te voorschijn, met er bovenop een wiegje met baby.Dan gaat iedereen weg en zijn wij voor het eerst met zijn drietjes
in ons eigen huis. We zijn nu een gezin.We gaan douchen en naar bed,
maar leggen Kimberley voor even tussen ons in.Alles
tuimelt door ons hoofd. We zijn thuis, echt thuis, we kunnen het nog niet echt bevatten. En we hebben een dochter, we zijn papa en mama geworden.
![]()
A fidelidade no amor nos trouxe até aqui.
De trouw in de
liefde bracht ons tot hier.
