klaroenstoten en hoorns schalden door de lucht

de ezel droeg maria en maria droeg de vrucht

 

jozef vroeg van huis tot huis een plekkie voor de nacht

helaas: blaffende herders hielden trouw de wacht

 

 

maria was gaan hinkelen, ging tegen hem te keer

hij zei: "ai, zwijg toch stil, zus, zus, en krijt niet meer!"

 

ze spraken over Léhem, 't was al een uur of tien

ze hadden al die nachten nog geen beth gezien

de eerste weeën in een grot

volledig van de kook

jezus christus .. god o god

en 't was nog kerstmis ook