



|
EEN EENVOUDIGE HOLLANDSE
FAMILIE
De oorsprong van het geslacht
Aan het einde van de zestiende eeuw leefde te
Noordwijk-Binnen Willem Claeszoon, een glazenmaker. Af en toe repareerde
hij een ruitje voor rekening van het dorpsbestuur en het plaatselijke
armhuis. In de oude archieven van deze instellingen vinden wij zijn naam
in 1595 voor de eerste maal vermeld (pl. 2). Of hij zich in dat jaar, of
kort daar voor, in Noordwijk heeft gevestigd, weten we niet. Het is ook
mogelijk, dat hij er geboren en getogen is.
Willem Claesz had
(tenminste) twee zonen: Claes Willemsz en Arent Willemsz. Van de
eerstgenoemde is bekend dat hij in of omstreeks 1588 geboren is.
Gesteld, dat zijn vader toen 25 jaar oud was, dan zal die omstreeks 1565
het levenslicht hebben aanschouwd. Aangenomen, wederom, dat diens vader
~ van wie alleen bekend dat hij Claes heette ~ ongeveer even oud was bij
de geboorte van zijn zoon Willem, dan hebben we berekend dat omstreeks
het jaar 1540 de historie van ons geslacht begint.
De verwantschap der takken
Onder de eerste
generaties van het geslacht, dat zich (van) Glasbergen zou gaan noemen,
bevindt zich een aantal mannen, die zich buiten Noordwijk hebben
gevestigd. Uit enkelen hunner is in de loop der eeuwen een meer of
minder talrijk nageslacht gesproten. Deze nakomelingen vormen met elkaar
de (hoofd) takken aan de stamboom.
wij onderscheiden
in onze familie aldus ee Noordwijkse, een Amsterdamse en een Rijnsburgse
tak. Elk van deze takken zal in dit boek apart worden uitgewerkt.
De verwantschap
der takken laat zich schematisch aldus voorstellen:
Claes
|
Willem Claeszoon,
glazenmaker
|
|ŻŻŻŻŻŻŻŻŻŻŻŻŻŻŻŻŻŻŻŻŻŻŻŻŻŻŻŻŻŻŻŻŻŻŻŻŻŻŻŻŻŻŻŻŻŻŻŻŻŻŻŻ|
Claes Willemsz van
Glasbergen) Arent Willemsz
(van Glasbergen)
|
Noordwijkse tak
|ŻŻŻŻŻŻŻŻŻŻŻŻŻŻ|
(Glasburg)
| Rijnsburgse tak
Amsterdamse tak
De familienaam
Onder een
transportakte van 9 februari 1673 treffen we onze familienaam voor de
eerste maal aan. Het is Claes Willemsz , die bij die gelegenheid aldus
tekent

Ook vóór1637 wordt
deze voorvader herhaaldelijk in archiefstukken genoemd. Naar zijn beroep
wordt hij in 1614, 1628, 1629 en 1636 aangeduid als Claes Willemsz
cleermaecker. In 1635, maar ook in stukken van latere datum, wordt hij
Claes Willemsz Meuijt genoemd. Waarschijnlijk was dat zijn bij ~ (of
scheld) naam. Meuijt kan oproerkraaier betekenen. Zelf schrijft hij in
1628



Zijn nazaten, die
~ zoals we reeds zagen ~ de Noordwijkse tak der familie vormen, zijn
zich Glasburg of Glasburgh gaan noemen. Maar zo af en toe, plotseling,
staan ze weer als Glasbergen te boek.
Inmiddels was een zoon van Claes Willemsz als
Gerrit Claeszen Glasbergh in 1646 te Rijnsburg in het huwelijk getreden.
Andere
schrijfwijzen van onze geslachtnaam zijn:
Glasberch (Noordwijk,
1656), Glasberg (Noordwijk, 1657), Van Gladsburgen (Noordwijk, 1659),
Van Glasburge (Noordwijk, 1660), Van Glasburg (Noordwijk, 1661),
Glasburch (Noordwijk, 1669), Glasenburgh (Leiden, 1701), Vlasbergen
(Oegstgeest, 1713), Glasbragge (Spaarnwoude, 1732), Glasberge
(Rijnsburg, 1736), Glaasburg (Noordwijk, 1739), Glaasburge (Noordwijk,
1750), Gelasbergen (Noordwijk, 1759), Glaesberge (Amsterdam, 1765) en
Glasberger (Leiden, 1879). Welgeteld 21 vormen van een naam, waaraan
elke uitheemse klank vreemd is! De predikanten, kosters, klerken, en wie
er verder ook belast waren met het bijhouden van de doop~, trouw~ en
begraafregisters, namen het niet zo precies met de spelling van een
naam. De ambtenaren van de burgerlijke stand in de 19e eeuw
waren al weinig akkurater men schreef een naam, zoals men hem dacht
gehoord te hebben. Voorschriften op dit punt bestonden (nog) niet. In
één akte werd dezelfde geslachtsnaam soms op drie verschillende manieren
geschreven! (Zie A.5-1).
Onze familienaam
is dus in of kort vóór 1637 ontstaan. Dat wil zeggen, in een periode dat
op het platteland de meeste bewoners nog met hun patronyum (Willemsz,
Jansz, Cornelisz) werden aangeduid. Van Glasbergen behoort tot de oude
niet~adellijke geslachtsnamen in Rijnland. Naar de oorsprong van de naam
kunnen we slechts gissen. Welhaast zeker is de relatie met het beroep
van glazenmaker, dat de vader van Claes en Arent uitoefende.
Men schrijft
1625. in de Voorstraat te Noordwijk-Binnen, de hoofdstraat van het dorp,
staat, tegenover het gasthuis annex dorpswaag, nabij de oude
parochiekerk een eenvoudig pand. Het is zowel winkel als werkplaats als
woonhuis van Willem Claeszoon, een glazenmaker. Zoals de meeste
ambachtslieden heeft hij een uithangbord aan zijn gevel. Een
kunstvaardige hand heeft er enkele bergen op geschilderd in witte en
blauwe kleuren. Glazen bergen zijn het, bergen van glas.
Waarom
heeft Willem Claesz die voorstelling op zijn uithangbord laten
aanbrengen? De bakker laat een brood of een meelbaal schilderen en de
timmerman een zaag of een schaaf. Op welke wijze verbeeld een
glazenmaker zijn beroep? Willem Claesz koos daarvoor glazen bergen. Om
bij de voorbijgangers elke twijfel over hetgeen is afgebeeld weg te
nemen, heeft hij er in sierlijk letters onder laten zetten:
glas~bergen. En zoals de zonen van de timmerman Jan en Cornelis
Pietersz van de schaaf worden genoemd, zo staan de zonen van de
glazenmaker Willem Claesz in de dorpsgemeenschap bekend als Claes en
Arent Willemsz van glas~bergen. Aangezien deze toenaam niets oneervols
heeft, zijn Claes en Arent hem als achternaam gaan gebruiken.
Het is
maar fantasie
|