DE TOCHT: IN ITALIË

Donderdag 9 juni, 16e fietsdag.

Thusis – Chiavena ( Italie) 68 kilometer, Totaal nu 1425 kilometer van Heiloo.

Het weer: In Zwitserland koud, In Italie 22 ° C
 

We moeten wachten op het ontbijt want er moet eerst brood worden gehaald bij de bakker maar na het ontbijt te hebben gebruikt stappen we toch op de fiets. Eerst de supermarkt even in en naar de bakker om te zorgen dat we onderweg genoeg eten bij ons hebben want we moeten tenslotte van 700 naar 2115 meter.

Dan rijden we Thusis uit en het is gelijk raak. We gaan na een kort open stukje gelijk een tunnel in waar we moeten klimmen. Ik krijg het akelige gevoel dat het me niet goed afgaat, wat achteraf meevalt. Het lijkt erg zwaar te gaan. Uit de tunnel rijden we de Via Mala en komen langs een paar flinke diepe afgronden wat wel een heel mooi gezicht is maar waar ik moeite mee heb.

Er worden een paar plaatjes van geschoten voor later.


Een overzicht van een gedeelte van de
beklimming van de Splügenpas

Gelukkig hebben we vanmorgen onze lange kleren aangetrokken want het is koud mede omdat we zowel links als rechts steile rotswanden hebben en de zon er niet kan doordringen.

Langzamer hand kom ik beter in mijn ritme van fietsen en vorderen we toch gestaag. In het plaatsje Andeer besluiten we koffie te gaan drinken en treffen daar zowaar een Hollandse hoteleigenaar zodat we even in het Nederlands kunnen praten. Dan weer verder, we krijgen eerst een steil stuk door de Rofflaschlucht waarna we een stuk langs een meer komen te rijden waar het wat minder steil onhoog gaat tot Splügen. Hier gaan we een restaurant in waar we ons te goed doen aan koffie met een heerlijk gebak want als we zo weer opstappen krijgen we het steilste gedeelte en moeten nu over 7 kilometer een verschil van 600 meter overwinnen. Nu komt het ons goed uit dat het niet zo warm is. We kunnen onze lange kleren aan houden zonder overmatig te gaan transpireren. We spreken af onderweg een paar maal te stoppen om te eten en te drinken na zo’n 2 kilometer en gaan dan van start.

Het is een prachtige beklimming welke in het laatste stuk erg open en steil is. Onderweg horen en zien we verschillende marmotten en het is ook steeds kouder geworden.

We hebben het geluk dat de weg van goede kwaliteit is en er weinig verkeer is. Hier passeert ons nog een Hollander die deze klim met de auto doet. Ik had al wel een foto gemaakt waarbij ik mijn fiets bij een hoop sneeuw stond dit ter overtuiging dat we boven de bomengrens waren geweest. Als we boven bij de Italiaanse grens overgang zijn, na eerst de Zwitserse Douane te hebben gepasseerd, is het 4° Celsius, flink koud dus. Het neemt niet weg dat we wel een paar foto’s maken waarbij de douanier alleen wat aanmer-kingen maakt als we zijn verblijf willen vast leggen. We rijden nu in Italië waar we hopen de warmte te gemoed te gaan.


Klik op een foto om te vergroten

We trekken een extra jack aan omdat we gaan dalen en er af en toe wat sneeuwvlokken zien zijn. We moeten van 2115 meter dalen naar 400 meter over 21 kilometer dus dat wordt goed oppassen en veel remmen. Eerst gaan we een stukje op de fiets om na 4 kilometer op de koffie te gaan in Stuetta om door te warmen en het thuis front te laten weten dat we de Splügenpas hebben bedwongen via de klaargezette SMS -jes.

Na de koffie dalen we verder en hebben prachtige uitzichten maar ook komen we langs stukken waar vlak naast ons hele diepe afgronden zijn, waar ik nou niet direct van gecharmeerd ben. Nic heeft voor het afdalen gezegd het rustig aan te doen met dalen enerzijds voor de uitzichten anderzijds ook de “slinger” in het wiel. Het blijkt dat de wegen in Italie niet van de zelfde kwaliteit zijn als de Zwitserse waardoor we extra oplettend moeten zijn mede omdat er verschillende haarspeld bochten zijn.

We komen verschillende keren door tunnels die slecht verlicht zijn, het is goed dat we reflecterende jacks aan hebben en we zetten onze fiets verlichting aan. Alleen de overgang van zon naar donkere tunnel is erg vervelend maar daar moet de snelheid naar worden aangepast. In middels is de zon gaan schijnen en we komen een paar fietsers tegen die in korte fietskleding rijden. Een goed vooruitzicht denk ik, zij zullen misschien niet zo hoog gaan als waar wij net vandaan zijn gekomen. Wij hebben onze kleren gewoon aangehouden we waren waarschijnlijk zo door en door koud dat we er geen last van hadden.

We komen tijdens het dalen, door het dal de Val S Giacomo, een of andere processie tegen waarvoor heel veel mensen op de been zijn. Het is hier volgens de beschrijving een diep gelovige streek. Jammer dat het aan de andere kant van riviertje is anders hadden we kunnen gaan kijken. We moeten wennen aan de auto’s die ons wel eens erg dicht langs ons passeren maar dat zal Italiaans zijn.

In Chiavenna aangekomen worden we nagekeken. Iedereen loopt in luchtige zomerkleding. We moeten zoeken naar een slaapgelegenheid maar die wordt wel gevonden. Het staat in het Italiaans aangegeven en daar moeten we aan wennen.

Na een lekkere warme douche en een kort tukje voelen we ons geroepen om het plaatsje te verkennen en uit te zoeken waar we vanavond kunnen eten. Dus wandelen het plaatsje in, drinken ergens wat, pinnen weer wat euro’s want die hebben we hier weer nodig. Een eethuis kunnen we moeilijk vinden maar we hopen bij het station  wat te vinden, echter een ijdele hoop merken we ’s avonds. We vinden uiteindelijk een pizzeria in een smal straatje waar we ons te goed doen aan onze eerste echte Italiaanse maaltijd die ons prima smaakt.