De eredienst aan Caïssa

Van onze theologische medewerker

Van de vele religieuze uitingen die er zijn is de eredienst aan de godin Caïssa één van de opmerkelijkste. De volgelingen van deze godin noemen zich ‘schakers’. Meestal komen zij wekelijks bijeen in hun tempel waar zij zich gezamenlijk aan de praktisering van hun religie wijden. De religie kent z’n eigen rituelen en liturgie. In de tempel wordt een aantal altaren geplaatst. Het gaat om eenvoudige vierkante houten altaren waarop o.a. geofferd kan worden. Aan ieder altaar gaan twee schakers zitten, tegenover elkaar. Het ritueel wil dat ze elkaar eerst een hand geven. Dan gaan ze in tranche en maken regelmatig bezwerende bewegingen met de handen boven het altaar. Op niet te voorspellen momenten verplaatsen ze één van de heilige figuurtjes die zich op het altaar bevinden; dit doen ze altijd beurtelings. De patronen die hierdoor op het altaar ontstaan zijn ook volkomen onvoorspelbaar en voor de niet-ingewijde nietszeggend. Soms hoort men één van de schakers een magische bezweringsformule prevelen, iets van: “sjadoebe”, “remies”of “anpasan”, maar verder heerst er een gewijde stilte in de tempel. Als ze tijdelijk uit hun tranche ontwaken gaan de schakers wel eens bij een ander altaar staan. Ze kijken dan met diepe verering naar de patronen van de magische figuren en je hoort ze soms tegen elkaar fluisteren over hetgeen er op een bepaald altaar gebeurt. Deze voor niet-ingewijden volstrekt onbegrijpelijke sacrale taal klinkt ongeveer als volgt: “Zwart heeft in een karokan gefinansjetteerd en rokkeerde lang.”
Soms wordt er een paard geofferd op het altaar maar mensenoffers komen ook voor: raadsheren en dames. Daar men gedwongen is zich aan de Nederlandse wet te houden gaat men niet tot daadwerkelijk bloedvergieten over maar bedient men zich van symbolische figuren. Door zo’n offer raken de omstanders reuze opgewonden, vooral een dameoffer zorgt voor extatische gevoelens!
De aanbidders van Caïssa zijn voor ongeveer 95% mannen, terwijl er geen aanwijzingen zijn dat vrouwen worden geweerd. Een mogelijke verklaring is dat Caïssa een vrouwelijke god is, die - zie de afbeeldingen - begrijpelijker wijze op mannen meer aantrekkingskracht uitoefent. Of moeten we de verklaring zoeken in een uitspraak van J.H. Donner (bekend schaker uit de 20e eeuw) dat vrouwen te intelligent zijn om te schaken?
Hoewel de verschillende sektes een voorganger kennen die af en toe een mededeling doet, is dat meestal niet de persoon die meeste achting van de sekteleden ondervindt; dat is de schaker die - naar de mening van de anderen - de magische figuren het ‘beste’ kan bewegen!?

Hebben we hier te maken met een onschuldig fenomeen? Daarover kan men van mening verschillen. Hoewel er heel wat schakers zijn die naast hun religie een schijnbaar normaal leven leiden zijn er ook talloze bij die als gevolg van hun geloof werk en/of huiselijk leven verwaarlozen. Zij zijn zo verslaafd aan het in-tranche-gaan en aan het lezen van de heilige boeken dat normaal functioneren er niet meer bij is. Sommigen worden zelfs gek! Het ergste is dat de schakers er in slagen een (gelukkig beperkt) deel van de jeugd te indoctrineren! Het is stuitend om te zien hoe jonge kinderen blijmoedig de magische figuurtjes uit hun doos halen, ze in een speciale formatie opstellen op het altaar, ze wat zinloos heen en weer bewegen en ze dan weer in de doos te doen. Kan men deze kinderen niet iets nuttigs leren in die tijd? Moeten wij dit in naam van de godsdienstvrijheid allemaal maar goedvinden? Kortom, hoedt u voor schakers en houdt uw kinderen ver van deze afgoderij!

Prof. dr. J.A. Knitiub
terug