Waar gebeurd!

En als je het niet gelooft dan geloof je het maar niet


Het is al weer heel wat jaren geleden. Ik was lid van een schaakclub die een jubileum vierde. Er werd een simultaanseance georganiseerd waarvoor Tigran Petrosian (wereldkampioen van 1963 tot 1969) was uitgenodigd. Ik had het organisatiecomité mijn diensten aangeboden en mocht de oud-wereldkampioen van het station halen. De conversatie verliep moeizaam. De grootmeester sprak steenkolenengels met een Armeens accent, maar gaande weg begon ik hem beter te begrijpen.
Van de simultaanwedstrijd herinner ik me dat ik geruisloos werd weggeschoven, zonder in de gaten te hebben waar het fout ging. Van de 40 partijen werden er slechts enkele remise, de overige won Petrosian. Na afloop was het te laat om de laatste trein te halen en men droeg mij op de heer Petrosian naar een hotel te brengen, waar een kamer voor hem was gereserveerd. Hij was duidelijk in een goede bui en nodigde mij uit om een paar borrels in de bar te drinken. Uiteraard liet ik mij die kans niet ontgaan. Misschien hoor ik wel iets aardigs over wat er zich in kringen van grootmeesters afspeelt dacht ik. Ik kon echter niet bevroeden dat ik een absoluut verbijsterend verhaal te horen zou krijgen!
Petrosian begon over koetjes en kalfjes, maar na de derde borrel begon hij vrijmoedig over collega‘s te praten. Ik maakte een obligate opmerking over het schaakspel, zoiets dat het altijd blijft boeien. “Tja, maar het heeft niet veel gescheeld” sprak mijn conversatiegenoot geheimzinnig. “Hoezo?”, vroeg ik natuurlijk.
Het verhaal dat toen kwam heb ik altijd voor me moeten houden. Maar inmiddels - alle betrokkenen zijn dood - is er voldoende tijd verstreken en heb ik besloten het geval bekend te maken. Hier volgt het verhaal dat Petrosian mij die avond vertelde:

“Een aantal jaren geleden was ik in Moskou voor een toernooi. Ik ging het hotel uit voor een ochtendwandeling toen ik op straat werd aangesproken door een man, zo te zien een boer uit de provincie. ‘Ik moet u beslist even spreken meneer Petrosian’ zei hij en keek me indringend aan. ‘Ik heb het schaakspel opgelost’ fluisterde hij. ‘Ja, ja’, zei ik en maakte aanstalten om verder te lopen want ik had geen zin in een gesprek met een halve gare. ‘Ik kan het bewijzen meneer’, riep hij, ‘ik wed om 500 roebel dat ik van u win’. Nu is 500 roebel niet niks dus ik nam hem mee naar mijn kamer.
‘Ik heb het opgelost; wit geeft mat in 12 zetten!’ sprak hij opgewonden, ‘ongeacht het tegenspel van zwart’. We namen plaats achter het schaakbord, ik met zwart en hij met de witte stukken en we begonnen te spelen. Ik zag meteen dat ik met een knoeier te maken had, althans dat dacht ik, zulke rare zetten! Even later stelde ik vast dat het toch moeilijk spelen was tegen deze man. De witte stukken vertoonden een vreemde vorm van samenwerking en tot mijn schik zag ik dat mat op de twaalfde zet onvermijdelijk was! Direct probeerde ik het weer, met een andere opening en nog een keer, doch telkens met het zelfde resultaat: mijn koning werd op geheimzinnige wijze omsingeld met mat op zet 12 als gevolg.
Ik vroeg de man even te wachten en rende naar de kamer van Botwinnik. Die zat net koffie te drinken met Tal en ik vertelde hun wat er gebeurd was. Ze konden het niet geloven maar op mijn aandringen gingen ze mee.
Eerst ging Botwinnik achter de zwarte stukken zitten. Hij speelde heel voorzichtig, maar na een aantal onbegrijpelijke zetten kwam ook hij in een matnet terecht en haalde de 13 zetten niet. Hierna ging Tal het proberen, doch met hetzelfde resultaat. Dit was echt verschrikkelijk! Daar zaten we dan: drie wereldkampioenen, mensen die hun leven in dienst van het schaken hadden gesteld, het was over en uit met schaken. Opgelost; wit wint altijd!”

Petrosian hield op met praten en dronk zijn glas leeg. “Hoe ging het verder?”, vroeg ik. “Ik heb nooit van die boer gehoord en er wordt nog steeds geschaakt”. “Wij hadden geen keus” verzuchtte Petrosian, ”we hebben onderling overleg gepleegd en we hadden geen keus. Het lijk is later in de rivier gevonden.”

De volgende morgen werd ik gebeld: Petrosian. Hij had mijn nummer via de club gekregen. Had het verhaal eigenlijk niet mogen vertellen, zei hij. “Luister goed: als je dit verder vertelt gebeurt met jou hetzelfde als met die boer!” Hij hing op zonder verder iets te zeggen.
U zult begrijpen dat ik mijn naam liever niet bekend maak. Je weet maar nooit.


terug