De Rubáiyat

Eén van de beroemdste schaakgedichten aller tijden is een strofe uit de Rubáiyat van Omar Khayyám, bijgenaamd ‘de Tentenmaker’, een Pers die leefde omstreeks het jaar 1100. Het thema, de onvoorspelbare levensloop van de mens en de vergankelijkheid, spreekt velen aan.
De Rubáiyat is een verzameling van naar het schijnt zo‘n 1000 kwatrijnen (strofen van vier regels). Er zijn vertalingen van (delen van) de Rubáiyat in tientallen talen verschenen. Het gedicht werd in het westen pas bekend door de Engelse vertaling van Edward Fitzgerald uit 1859, waarvan hier de bewuste schaakstrofe:
De eerste uitgave, in de vertaling van Edward Fitzgerald in 1884.
‘t Is all a Checquer-Board of Nights and Days
Where Destiny with Men for Pieces plays:
Hither and thither moves, and mates, and slays,
And one by one in the Closet lays.
Een versie in het Duits van Joachim Petzold luidt:
Welt ist ein Schachbrett, Tag und Nacht geschrägt,
Wie Schicksal Menschen hin und her bewegt,
Sie durcheinander schiebt und schlägt,
und nacher in die schachtel legt.
In 1989 vertaalde Dirk Jorritsma vanuit het Engels aldus:
‘t Is maar een schaakbord van nachten en dagen,
het Noodlot is aan zet en zonder vragen
schuift hij ons door het spel, tot, één voor één
wordt weggeborgen na te zijn geslagen.
Er is een Franse vertaling direct uit het Perzisch van Franz Toussaint bestaande uit 170 strofen en deze is in 2003 door Hans van Rossum omgezet in een Nederlandse vertaling. Hier strofe 103:


Omar Khayyám
Hier is de enige waarheid: wij zijn de pionnen
in die mysterieuze schaakpartij, die door Allah gespeeld wordt.
Hij verplaatst ons of laat ons staan, verzet ons weer,
om ons vervolgens één voor één in de doos van het niets te gooien.
Andere Nederlandse versies spreken me minder aan en die laat ik hier achterwege.
Ik geef alleen nog een versie van mijzelf uit 2007:
De wereld is een schaakbord, de velden dag en nacht,
Waar ‘t noodlot ons verschuift, als het ware zonder acht
Aanvalt en soms slaat; grote figuren en kleine,
Maar uiteindelijk één voor één, in ‘t kistje doet verdwijnen.
Ten slotte uit hetzelfde jaar, nog een versie in het Esperanto, ook van mijn hand:
La mondo estas ŝaktabul’, la kvadratoj tag’ kaj nokto,
Kie sorto, kvazaŭ hazarde, movas nin,
Atakas, kelkfoje batas la grandajn kaj etajn pecojn,
Sed nin forigas en la skatolon je la fin’.

terug