De Oostwal


Door Bert Buitink


Inleiding


De Oostwal was tot voor kort de jongste nieuwbouwwijk van Sint Pancras. Deze omschrijving geldt in het vervolg voor de Twuyverhoek, onze allernieuwste wijk. Met het gereedkomen van de Twuyverhoek wordt De Oostwal in feite één van de ‘oudere’ wijken: een reden om eens naar de historie van de Oostwal te gaan kijken.

Met het verschijnen van dit artikel is De Oostwal ongeveer dertien jaar oud. De Oostwal is thans een, in de ogen van menigeen, aantrekkelijke wijk met gevarieerde woningen. In dit artikel zullen we ingaan op de historisch-geografische situatie, de voorgeschiedenis van de woonwijk, de locatie, de woningen, de inrichting en de bevolking van de wijk.


Figuur 1. Ligging van de wijk De Oostwal t.o.v. het dorp Sint Pancras


De historisch-geografische situatie


Het gebied van de wijk De Oostwal was voorheen een deel van de Achtergeest. Met geest bedoelt men zandgrond in een regio waar klei- of veengrond overheerst. De strandwal van Sint Pancras bestaat uit zand en was dus ‘geest’. De Achtergeest lag achter de strandwal (in oostelijke richting gezien) van Sint Pancras. De Achtergeest is zelf geen geest want er ligt geen zand aan de oppervlakte.

Voor het jaar 1000 was het nog een moerassig gebied, waarin zich in de loop der eeuwen uit slecht verteerd plantenafval veen heeft gevormd. Net als in het grootste deel van West-Friesland. Vermoedelijk omstreeks het jaar 1000 begon men dit veengebied te ontginnen voor agrarisch gebruik. Daartoe werden er evenwijdig aan elkaar sloten gegraven om het veen te ontwateren. Deze ontginning heeft voor wat betreft de Achtergeest en de Beverkoog vanuit Vronen (het huidige Sint Pancras) plaatsgevonden. De ontginning ging helemaal door tot Oterleek en Hensbroek. (De Grote Waert – het voormalige meer dat nu Heerhugowaard is – ontstond in de 13e eeuw.) De sloten en dus ook de langwerpige kavels liepen ongeveer oost-west. De twee grote sloten die dwars door De Oostwal lopen hebben daardoor ook een oost-west oriëntatie; ze zijn bewust als oude landschapselementen in stand gehouden.

Waarschijnlijk nog ouder dan de gegraven sloten zijn de Wijde Heining en de Oostwalsloot (figuur 2.), die respectievelijk de oostelijke en de westelijke begrenzing van de woonwijk De Oostwal vormen. Zie het kaartje (figuur 3.) Uit het kronkelende verloop van deze sloten kan men afleiden dat het oorspronkelijk veenkreken zijn geweest.



Figuur 2. De Oostwalsloot, een oude veenkreek. Aan de andere kant van de sloot zijn de achtertuinen van de A.V.H. Destreelaan. De foto is ongeveer van 1992.


Ze komen beide voor op de Cultuurhistorische Waardenkaart van Langedijk, hetgeen zou moeten inhouden dat ze vanaf heden bescherming genieten tegen verdere aantasting. De Oostwalsloot vormt de grens tussen de tuinen van de A.V.H. Destreelaan en de Magnolialaan en de Wijde Heining loopt achter het oostelijk deel van de Magnolialaan langs. In de Middeleeuwen heeft er op deze veengrond akkerbouw plaatsgevonden, maar door geleidelijke inklinking en oxidatie van het veen en de vroeger slechte afwateringsmogelijkheden werd het gebied te vochtig voor akkerbouw en ging men in de latere Middeleeuwen over op veeteelt of hooiland. Inmiddels is al het veen verdwenen hoegenaamd verdwenen, maar in het begin van de 20e eeuw werd er in de Beverkoog nog turf gewonnen.
De naam Beverkoog heeft niets met bevers te maken! In 1343 sprak men van Bijvencoich en dat is mogelijk een verbastering van – in moderne spelling – Binnenkoog, of iets dergelijks.


Figuur 3. Situatieschets van de Achtergeest omstreeks 1930. Ter oriëntering: Op de plek van de weidemolen uit 1867 bevindt zich nu de brug in de Magnolialaan tussen de twee uiteinden van de Ribeslaan.


Waterhuishouding

Een koog is een buitendijks stuk land dat bij hoog water regelmatig onder loopt. Het gaat hier dan om het water van de Grote Waert. De dijk waar de Beverkoog buiten lag liep in het verlengde van de Langedijk, het noord-zuid lopende deel van de Twuyverweg, via de Dijkstal verder door naar het zuiden tot aan Oudorp. Later, in ieder geval voor 1530, is de Oosterdijk aangelegd langs de Grote Waert en was de Beverkoog geen echte koog meer maar een polder. Toen verviel ook de functie van de oude dijk, die dan ook is verdwenen en de Achtergeest kan nu, poldertechnisch gezien, als een deel van de Beverkoog worden beschouwd. ‘Dijkstal’ heeft overigens de betekenis van ‘ondergrond van een dijk’.

In 1865 werd de Beverkoog doorsneden door de spoorlijn Alkmaar – Den Helder maar wat de waterhuishouding betreft bleef het één geheel want er kwamen bruggen in het traject waar het water, o.a. van de Wijde Heining, onderdoor kon stromen.

De polder Beverkoog/Achtergeest heeft, vanwege de lagere ligging van het maaiveld, al eeuwen een lager waterpeil dan het noordelijker gelegen gebied van het Geestmerambacht. Vanaf 1663 werd het gebied bemalen met de molen aan de Oosterdijk, waar nu de familie J. Kriek in woont. Deze molen had een dubbele functie: hij bemaalde het Geestmerambacht en de Beverkoog. Beter gezegd: of de Beverkoog, want het was steeds het één of het ander. In 1926 werd deze molen buiten werking gesteld, maar waarschijnlijk vanaf 1871 werd hij niet meer gebruikt voor de afwatering van de Beverkoog. In dat jaar hebben de eigenaars van de landen in de Beverkoog zich verenigd tot de nieuwe polder Westbeverkoog. De vergrote onderbemaling maalde sindsdien op de polder Geestmerambacht met een achtkante vijzelmolen (de molen van Blom, zie kaart) die in 1926 door een Amerikaanse windmotor werd vervangen. Er werd toen ook een huisje bij gezet voor de molenaar, tevens sluiswachter om de schutsluizen te bedienen. Hier woonde later de familie J. Booi. Zie ook KLIN nr.15, blz.117: ‘Albert Booi in de Beverkoog’. De molen en het huisje werden tijdens de ruilverkaveling in 1973 gesloopt. Over deze plek loopt thans de Dijkstalweg. Ook de schutsluizen werden verwijderd. Als gevolg van de ruilverkaveling heeft de Westbeverkoog nu geen eigen molen/gemaal meer nodig. Op het kaartje staan ook nog enkele weidemolens aangegeven die voor locale onderbemaling dienden.


De voorgeschiedenis van de woonwijk


In april 1988 wordt in opdracht van het gemeentebestuur van Sint Pancras een ‘Globale Verkenning Woonlokatie in de Zuid-oosthoek van de gemeente Sint Pancras’ opgesteld. In dit stuk wordt voor Sint Pancras gewezen op de noodzaak voor de komende periode een bouwlocatie beschikbaar te hebben voor ongeveer 250 woningen.

Met deze Verkenning, van de toen nog zelfstandige gemeente Sint Pancras, is de aanzet gegeven voor de realisering van de wijk die later De Oostwal zou gaan heten. Figuur 1 is een kaartje – overgenomen uit de hiervoor genoemde Verkenning – dat de situering van het plangebied ten opzichte van de kern van Sint Pancras weergeeft.


Woningbehoefte

Per 1 januari 1990 wordt het deel van Sint Pancras ten noorden van de spoorlijn bij de gemeente Langedijk gevoegd (het deel ten zuiden van de spoorlijn wordt een deel van Alkmaar). Op die datum bedroeg het inwoneraantal van de gemeente Langedijk: 20.969. In de tien jaar daarvoor was er steeds sprake van substantiële bevolkingsgroei, zowel door een vestigingsoverschot (vanwege nieuwbouw, met name in Langedijk), als door een relatief groot geboorteoverschot (vanwege de gemiddeld jonge bevolking). Op grond van de cijfers waarover men beschikte kwam de gemeente tot een prognose van 22.953 inwoners voor het jaar 2000.

De gemiddelde woningbezetting was in 1991: 2,86 inwoners per woning. Volgens de demografische verwachtingen zou die in het jaar 2000 iets zijn gedaald tot: 2,65 inwoners per woning. De dalende gemiddelde woningbezetting is een landelijke trend die samenhangt met de toename van het aantal één- en tweepersoonshuishoudens alsmede met de vergrijzing.

In 1991 bedroeg het aantal woningen in de gemeente: 7570.
In 2000 zouden dat er 8660 moeten zijn (22.953 gedeeld door 2,65): een toename van 1090 woningen.

Begin 1992 besluit de gemeenteraad van Langedijk dat ook Sint Pancras voor een deel in de extra woningbehoefte moet gaan voorzien: er moeten ongeveer 230 woningen komen aan de oostkant van het dorp. (De naam Oostwal werd toen nog niet gebruikt.) In verband met de dringende woningbehoefte werden meteen al enkele bouwvergunningen verleend, op basis van het voorontwerp bestemmingsplan. Inmiddels werd hard gewerkt aan het definitieve bestemmingsplan.


Grondaankopen

Lange tijd was het onzeker of de gemeente de benodigde grond kon kopen. Om niet te veel last te hebben van speculanten ging de gemeente behoedzaam te werk. De gemeente kon zo nodig meerdere kanten uit maar uiteindelijk lukte het om ongeveer negen hectare grond te kopen oostelijk van de A.V.H. Destreelaan. De gemeente had al drie hectare in eigendom, zodat er in totaal een aaneengesloten stuk grond van twaalf hectare beschikbaar kwam voor woningbouw.

De gemeente heeft de grond kunnen kopen van de oorspronkelijke eigenaren; de vrees voor speculatie bleek dus achteraf ongegrond.
In de loop van 1992 wordt ‘De Oostwal’ bouwrijp gemaakt.


Inspraak

Op 24 juni 1993 was er inspraakavond over het voorontwerp van het plan. De reacties waren overwegend positief en gaven geen aanleiding tot wijziging van het plan.
Het definitieve bestemmingsplan werd door de raad op 8 februari 1994 goedgekeurd.


De locatie


Het plangebied bevindt zich ten zuidoosten van de kern van Sint Pancras. De naam Oostwal verwijst naar de situering ten oosten van de strandwal van Sint Pancras. De A.V.H. Destreelaan (vroeger ‘Achterweg’) bevindt zich ongeveer op de oostelijke rand van de strandwal. De naam Oostwal vinden we ook terug in de naam ‘Oostwalsloot’, die de westelijke begrenzing van de nieuwe woonwijk vormt.
De oppervlakte van het plangebied is ruim 12 ha. (120.044 m2). Voorheen had het gebied een agrarisch bodemgebruik, met name grasland. (Figuur 4.) Er waren enkele watergangen, grote bomen en bebouwing ontbraken.



Figuur 4. De sloot langs de ijsbaan, met uitzicht op de huizen van de A.V.H. Destreelaan.

Ontsluiting

In 1993 ging men er nog van uit dat er een oostelijke randweg om Sint Pancras zou komen. Dit om de drukte op de Bovenweg te verminderen. De ontsluiting van de wijk zou dan via deze randweg kunnen plaatsvinden doordat er een aansluiting vanaf de Dijkstalweg op de randweg zou komen. Die oostelijke randweg is er niet gekomen en de wijk heeft slechts twee ontsluitingswegen voor gemotoriseerd verkeer: één via de Kastanjelaan en één via de Dijkstalweg. Voor fietsers zijn er nog drie extra toegangsroutes.


Station

Een ander plan waar, althans tot op heden, niets van terecht is gekomen is de aanleg van een N.S.-station: Heerhugowaard-Zuid. (Dit station werd ook wel aangeduid als station Butterhuizen.) Het station zou vlak bij de wijk komen te liggen en dit feit werd in het bestemmingsplan dan ook genoemd als één van de voordelen van de locatie van De Oostwal.


De directe omgeving

Winkels bevinden zich op ongeveer 400 – 600 m afstand, maar andere voorzieningen zoals de ijsbaan, het zwembad, de sporthal, het jeugdhuis en de bibliotheek bevinden zich direct aan de rand van De Oostwal. Het dorpshuis De Geist ligt westelijk naast het zwembad en ook op loopafstand bevindt zich een volkstuinencomplex en later is er nog een kinderboerderij bijgekomen. De nabijheid van deze voorzieningen kan zeker een voordeel genoemd worden. Een nadeel is de nabijheid van de spoorlijn i.v.m. geluidshinder, hoewel dit voor de meeste inwoners nauwelijks een punt is. De kortste afstand is ongeveer 100 m.
Aan de noordzijde van De Oostwal zou later nog een wijk kunnen komen, zo dacht men al in 1993. Deze wijk (thans de Twuyverhoek) zou dan mooi aansluiten op De Oostwal.


De woningen


Men kan in De Oostwal de volgende woningen vinden:


Type Aantal
Huurwoningen
        geschakeld 53
Premie koopwoningen
        geschakeld 56
        twee-onder-één-kap 43
Vrije sector koopwoningen
        twee-onder-één-kap 36
        vrijstaand 47
   +
Totaal 244


Woningmarkt

Op 19 en 20 juni 1992 werd een woningmarkt gehouden in het gemeentehuis van Langedijk. Dit was het startsein voor de inschrijving van kavels in De Oostwal.

Tijdens de woonmarkt presenteerden de aannemersbedrijven Tauber, Henselmans en De Geus de huizen die door deze bedrijven gebouwd zouden gaan worden. Dat zijn rijtjeswoningen en twee-onder-één-kap woningen in onder andere de premie A-sector. Ook de woningbouwverenigingen ‘Goed Wonen’ en ‘Langedijk’ waren present om belangstellenden te tonen hoe de 53 te bouwen huurhuizen er uit komen te zien. Goed Wonen zou 21 woningen bouwen en Langedijk 32. Uiteraard was ook de gemeente aanwezig om algemene informatie over het plan te geven.

Er was een grote belangstelling voor de nieuwe bouwlocatie. Binnen korte tijd waren de meeste kavels verkocht. Een half jaar later waren er alleen nog enkele kavels voor vrije-sector woningen beschikbaar.
De kavels voor twee-onder-één-kap woningen gingen weg voor bedragen van ƒ 32.500,- tot ƒ 37.500,- en grond voor vrijstaande woningen van ƒ 62.000,- tot ƒ 198.400,- (excl. BTW en k.k.).

De hypotheekrente lag in die tijd rond de 8 á 8,5 procent, dus een stuk hoger dan thans.


Figuur 5. De eerste werkzaamheden. Rechts staat de tennishal.

Het bouwen

In februari 1993 werd met de bouw van huizen begonnen. (figuur 6.) Het riool, gas, water en elektra waren toen al aangelegd, het hele terrein was geëgaliseerd en de straten waren aangelegd.

In april 1994 werd begonnen met het woonrijp maken van de wijk. Dit is het aanleggen van parkeerplaatsen, voetpaden, plantvakken voor bomen en struiken, en de definitieve bestrating van de rijweg. Het eerst kwam de Spirealaan aan de beurt omdat op dat moment de meeste huizen in die straat gereed waren. (Figuur 7.)


Figuur 6. Huizenbouw, hoek Ribeslaan – Magnolialaan.


Figuur 7. De Spirealaan, april 1994, vlak voor het woonrijp maken.


De inrichting


Er is één doorgaande straat, de Magnolialaan, die de twee ingangen van de wijk via een grote boog met elkaar verbindt. De Prunuslaan, de Ribeslaan en de Spirealaan sluiten alle met beide uiteinden aan op de Magnolialaan.
De vrijstaande woningen zijn vooral aan de buitenzijde van de wijk gesitueerd (dus langs de Magnolialaan) om een betere overgang te verkrijgen, enerzijds naar het oude dorp (aan de westzijde) en anderzijds naar het open gebied (aan de zuid en de oostzijde). Zie figuur 8.
Ook de recreatieve wandelroute aan de oostzijde past in een goede overgang naar het open gebied.

In verband met de bezonning is gestreefd naar een zo groot mogelijk aantal huizen met een oost-west oriëntatie of met een tuin op het zuiden. Slechts 13 procent van de woningen heeft een tuin op het noorden.



Figuur 8. De inrichting

Het water

De oorspronkelijke loop van de bestaande watergangen is zoveel mogelijk gehandhaafd. (Vergelijk figuur 1 met figuur 8.) Ter afscheiding is de brede waterloop langs de ijsbaan gehandhaafd. Zowel de ijsbaan als de sporthal zijn van de wijk afgescheiden door water en groen.
Langs de twee oost-west lopende watergangen zijn voet- fietsroutes aangelegd voor een snelle verbinding met de dorpskern.
Midden in de wijk is een open stuk terrein met een waterpartij en een kinderspeelplaats gerealiseerd. Hier wordt flink gebruik van gemaakt.

Het waterpeil in de wijk bevindt zich op –220 m NAP. Dit is een onderbemaling t.o.v. de –145 m die geldt in de rest van het Geestmerambacht en is een voortzetting van de reeds vroeger aanwezige onderbemaling in de Beverkoog/Achtergeest.


De bewoners


Het plan De Oostwal is buiten HAL-kader tot stand gekomen en was daarom uitdrukkelijk bestemd voor ingezetenen van de gemeente of voor mensen die sociaal of economisch gebonden zijn aan de gemeente Langedijk. In de vrije sector woningen kwamen ook wel mensen zonder band met het dorp, maar de meeste bewoners hadden op de één of andere manier een band met Sint Pancras of woonden voorheen in het dorp. De leeftijdsopbouw was overwegend jong en in de eerste jaren van het bestaan van De Oostwal was er dan ook een kleine babyboom waar te nemen.


Figuur 9. Het recreatieve wandelpad achter de woningen van de Magnolialaan en langs de Wijde Heining, een oeroud landschapselement. Foto februari 2007.




Bronnen:
Beek, J. van, e.a., Sint Pancras, Zuideinde en Oudorp, meer dan 4 eeuwen water- en veldnamen, Sint Pancras, 2003.
Bestemmingsplan ‘De Oostwal’, gemeente Langedijk. 1994.
Cock, J.K. de, Bijdrage tot de historische geografie van Kennemerland in de middeleeuwen op fysisch-geografische grondslag, 1965.
Cultuurhistorische Waardenkaart van Langedijk
Geus, J.P., Beverkoog en Butterhuizen, in De Klin, 1992.
Globale Verkenning Woonlokatie in de Zuid-oosthoek van de gemeente Sint Pancras, gemeente Langedijk, 1988.
Kwaad, F.J.P.M., Het ontstaan van West-Friesland.
Diverse artikelen uit de Alkmaarse Courant.
Diverse artikelen uit het Langedijker Nieuwsblad.
Een informatiekrant ‘Bouwplan Oostwal’ van de gemeente Langedijk.