De oorsprong van de naam Koedijk


Door Bert Buitink

In Poldergeest nr. 17 stond een bericht over het overlijden van Dirk van der Wielen. Ik kende hem niet en las in het bericht dat hij zich had bezig gehouden met de herkomst van de naam Koedijk. Hij had daar een uitgesproken mening over: de dijk zou zo zijn genoemd omdat er een bocht met een stompe hoek in zit en zo'n bocht werd – volgens Dirk – in de Middeleeuwen 'koe' genoemd.
Ik ging meteen rechtop zitten toen ik dat las, want een aantal jaren geleden had ik op een website gelezen dat koe bocht (stompe hoek, als ik me goed herinner) zou betekenen. Er stond bij dat er in Duitsland dijken met kuh in de naam voorkomen bij een bocht in de rivier. Dit intrigeerde mij en is me steeds bijgebleven. Daarom besloot ik, naar aanleiding van dit overlijdensbericht, eens te gaan uitzoeken hoe het zit met de naam Koedijk. In het midden latend of Dirk van der Wielen gelijk had met zijn bewering, we kunnen hem in ieder geval in ere houden als iemand die de vroege geschiedenis van onze omgeving na aan het hart lag en die een bijdrage aan de discussie over de naam Koedijk heeft geleverd.

Ik ging dus direct kijken of de betreffende website was terug te vinden, maar dat bleek niet het geval. Vermoedelijk bestaat die niet meer of is de inhoud ervan gewijzigd. De tekst die ik destijds had gelezen was er vermoedelijk door Dirk zelf opgeplaatst, mogelijk als ingezonden stuk. 1.)

Bovendien lukte het me niet om op Duitse kaarten of via internet dijken met kuh te vinden. Wel ontdekte ik dat Dirk in 2006 een artikel had geschreven over dit thema. Ook zou hij een archief hebben nagelaten met o.a. informatie over dit onderwerp. Dit archief is bij de H.V. Koedijk terecht gekomen. Cor Visser, bestuurslid, wist me te vertellen dat er helaas geen aanvullende informatie over het onderwerp 'de naam Koedijk' in is te vinden. Ook navraag bij de familie van de overledene heeft niets opgeleverd.

Het artikel van Dirk van der Wielen staat in de COOG-Blick van november 2006. Ik heb het samengevat in een negental Romeins genummerde punten:


  1. de naam Koedijk komt voor het eerst in Hollandse oorkonden voor in 1297.

  2. het is twijfelachtig of toen koeien al zo werden genoemd.

  3. het lijkt onwaarschijnlijk dat een dijk naar een dier wordt genoemd.

  4. ik heb vele Nederlandse en buitenlandse namen van dijken, straten, wateren met koe- beginnende verzameld en heb geconcludeerd dat er een gemeenschappelijke eigenschap aan ten grondslag moet liggen.

  5. in het Rijnland (Duitsland) ontdekte ik een 'Kuhdeich' waar een grote bocht in zat. Vanaf dat moment was ik ervan overtuigd dat een grote bocht, grote knik, stompe hoek of een elleboog in vroeger tijd een ‘koe’ genoemd werd.

  6. De ontwerpers van onze Koedijk moeten op de tekentafel reeds de naam hebben bepaald.

  7. Een brug met een knik aan het eind werd een koebrug. Een schuine uitloop werd een koeklep enzovoort.

  8. een dijk met aan beide einden een knik (Scharwoude) noemde men de Coken, de Koeken of Keukendijk. Dit zijn drie pogingen om het meervoud van koe aan te duiden.

  9. de Kalverdijk in Leeuwarden vertoont een aantal kleine knikken (de Kalverstraat in Amsterdam idem). Mogelijk was een koe een grote knik en een kalf een kleine.


Opmerkingen bij deze punten:

  1. Dit is onjuist. 'Coedijc' wordt voor het eerst genoemd in een oorkonde van 20 maart 1323 waarin staat dat graaf Willem III tien Hollandse pond per jaar beschikbaar stelt voor de parochiepriester van Koedijk, waar de voormalige inwoners van Vronen op zijn grond en op zijn kosten een kerk hebben gesticht.
    Op 27 maart 1297 vond de slag bij Vronen plaats, die door de Hollanders en Zeeuwen werd gewonnen; de Westfriezen werden definitief door de Hollandse graaf onderworpen. In oorkonden van 7 november 1299 staat welke straf de Westfriezen door de graaf kregen opgelegd. Vronen werd extra zwaar gestraft: de inwoners werden verbannen en hun grond werd door de graaf in beslag genomen. Koedijk wordt daarbij niet genoemd.
    Het dorp Koedijk moet vlak na de verbanning zijn ontstaan toen de inwoners van Vronen die de veldslag hadden overleefd zich langs die dijk vestigden. Ze vestigden zich waarschijnlijk op de Koedijk omdat ze vandaar uit het land waarmee ze bekend waren konden bewerken, echter nu als pachter. De dijk was geen persoonlijk eigendom van de Vronenaren, dus werd ook geen bezit van de graaf. Vermoedelijk was deze dijk juridisch van het Geestmerambacht (tot die tijd Vronlegeister ambacht). Dit ambacht heeft het dus aan de berooide Vronenaren toegestaan zich op de Koedijk te vestigen. Of misschien vlak langs die dijk, waar mogelijk een smalle strook grond ook aan het ambacht toebehoorde.

  2. Toch wel. Oudste attestatie van 'coe': West-Vlaanderen, 1285. 2.)

  3. Het lijkt mij ook onwaarschijnlijk dat de dijk naar een dier is genoemd. Vrijwel alle dijken in het Noorderkwartier zijn genoemd naar topografische/geografische kenmerken of naar eigenschappen van de dijk zelf. Bv. Oosterdijk, Nesdijk, Kogendijk, Langedijk, Hogendijk, Zanddijk, Oudendijk, Lage dijk, Kromme dijk, Hofdijk, Zomerdijk, Heilooërdijk, Wierdijk, Valkkogerdijk, etc. Een enkele keer is een dijk naar een persoon genoemd, zoals de Huygendijk. Dijken die naar dieren zijn genoemd zijn niet te vinden. En de Kalverdijk dan? Calvert is kaalkop in het Middelnederlands, dus een kale dijk zonder voorland, waardoor hij afkalft. 3.)
    De Schapenlaan bij Bergen is ook een vroege dijk, doch die naam is later ontstaan; de dijk heette in de Middeleeuwen Oudendijk. 4.)

  4. Jammer dat van die verzameling namen van dijken, straten en wateren met koe- beginnende, niets is terug te vinden. Ook jammer dat hij niet een flink aantal overtuigende voorbeelden heeft gegeven in zijn artikel.

  5. Een 'Kuhdeich' waar een grote bocht in zat. Tja, in vrijwel alle dijken zit een bocht. Ik vrees dat Dirk er hier wel erg snel van overtuigd was dat koe/kuh bocht betekent. Als die overtuiging er eenmaal is, kan het beruchte fenomeen 'tunnelvisie' optreden. Was dat bij Dirk misschien ook het geval?

  6. Ik denk niet dat de dijk op een tekentafel is ontworpen. Men heeft vermoedelijk gewoon de oever van de Rekere gevolgd.

  7. Van koebrug zijn enkele betekenissen te vinden. Op sommige schepen kwam een koebrug voor. Dit is vermoedelijk een verbastering van kooibrug. De naam 'koedek' werd ook gebruikt. 5.) Andere koebruggen (niet op een schip) lijken gewoon bedoeld te zijn voor o.a. koeien. In sommige koebruggen zit een knik, maar in vergelijkbare bruggen met een andere naam eveneens.
    Een schuine uitloop werd een koeklep. Het woord koeklep komt in een beperkt aantal betekenissen voor, maar ik heb niets in de richting van schuine uitloop gevonden.
    Behalve koebrug en koeklep geeft Dirk in zijn artikel geen enkel ander voorbeeld.
    In
    het overlijdensbericht in Poldergeest nr. 17, noemt Jaap van Rossum nog de volgende woorden: koevoet, koepoort en koedek.
    Koevoet. Niet dat ik veel verstand heb van inbrekersgereedschap, maar dat ding heet toch echt koevoet omdat het aan de onderkant een v-vormige inkeping heeft en zo lijkt op de gespeten hoef van een koe.
    Koepoort. Bekijk afbeeldingen van koepoorten en je ziet dat de poort zelf vrijwel altijd rond aan de bovenkant is. Soms zit in het dak een stompe hoek, maar in vele daken zit zo'n hoek.
    Koedek. Verbastering van kooidek. Zie boven.
    Het woord koebocht bestaat ook! Maar dat is geen bocht met een stompe hoek... Het is een plaats in het weiland waar vroeger, vooral bij slecht weer, de koeien werden gemolken. De plek is omzoomd met bomen om beschutting te geven tegen wind en regen. Bij dezelfde bron vond ik nog koebos en koedam, beide ook naar het dier koe genoemd. 6.)

  8. Ik moet hier weer aan het begrip tunnelvisie denken.

  9. En hier ook. De naam Kalverdijk is bij punt III verklaard.




Koedijk aan de Pettemmervaart, in 1744 getekend door H. de Winter

Ik geef toe dat ik aanvankelijk (net als heel wat anderen) gecharmeerd was van het idee dat koe vroeger de betekenis had van stompe hoek en dat zo de naam Koedijk kon worden verklaard. Maar ik ben tot het inzicht gekomen dat er geen enkele grond is om aan dit idee vast te houden.

Marianne Teunis geeft in hetzelfde nummer van COOG-Blick nog wat informatie over de naam Koedijk, in drie punten samengevat:
1. Kudik betekent: plaats waar het vee samengedreven kon worden op een ‘diek’, bv. bij hoog water. Er ligt een plaatsje Kudik (aan een riviertje) net over de grens voorbij Hommersum. In het hele land zijn veel meer koedijken, heel vaak ook met opvallend veel haakse bochten. Zit daar een onbekende betekenis van ‘koe’ achter?
2. De naam Cooghen (buitendijks land) vindt zijn oorsprong op Texel. Het kan dus alleen een koogdijk zijn als het een dijk rond een voormalige koog is.
3. Door Van Berkel & Samplonius "Nederlandse plaatsnamen" wordt de koog-verklaring afgewezen. Wel wordt
geopperd: Het 1e lid ws /koe/, of ms. /koop/ (vgl. mnl /coman/=koopman).

De vraag blijft dus waar de naam Koedijk vandaan komt. Als we afzien van bocht, kan het eerste lid van de naam nog een aantal andere betekenissen hebben. De volgende mogelijkheden worden wel genoemd: het rund, kade, koog en koop. Ik zal ze achtereenvolgens bespreken, waarbij ik er van uit ga dat het dorp Koedijk, toen het – naar we mogen aannemen – in november 1299 ontstond, naar de toen reeds bestaande dijk is genoemd. Deze dijk, die thans Noorder-Rekerdijk heet, moet ca. 1200 zijn aangelegd tijdens de laatmiddeleeuwse transgressie. 7.) Het is onwaarschijnlijk dat er voor 1300 reeds bewoning was langs de Koedijk.

Het rund
Er zijn heel wat koedijken in Nederland en er zal zeker een aantal bij zijn dat naar ons melkgevend rund is genoemd. Echter golden elders vaak andere culturele en fysische omstandigheden. Zo dienden in 't Gooi koedijken juist om het vee te weren. Dit waren met struiken begroeide wallen tussen akker en weide. 8.)
Van Berkel & Samplonius acht het waarschijnlijk dat het eerste lid van de naam koe is. Maar ik acht het (met Dirk van der Wielen)
onwaarschijnlijk dat onze Koedijk naar het agrarisch huisdier is genoemd. Ten eerste om redenen die bij punt III zijn genoemd: dijken werden hier niet naar dieren genoemd, ten tweede omdat de dijk zich op grote afstand van Vronen bevond: de boeren zullen hun melkvee zeker dichter bij huis hebben gehouden. Ten derde kunnen we aannemen dat de dijk in de begintijd een lage veendijk was, die door de druk van de koeienpoten zou kunnen beschadigen. Als er al dieren op liepen dan meer waarschijnlijk schapen.


Kade
Kade was in het Middelnederlands kaaj (verwant aan het Franse quai). Dit zou wellicht tot koe kunnen verbasteren, hoewel dit veel minder voor de hand ligt dan met koog (zie onder). Maar het is zeer onwaarschijnlijk dat de dijk langs de Rekere een kade werd genoemd. Een kade of kaaj was een waterkering voor binnenwater, scheiding van waterniveaus binnen een polder, boezemkaden etc. Zeeweringen en dijken langs wateren die in open verbinding stonden met het zeewater, werden dijk genoemd. Toen de Rekeredijk werd aangelegd was de Rekere nog een getijdenstroom!
Daarnaast had en heeft kade ook de betekenis van 'versterkte oever' waar schepen kunnen aanleggen. Een dergelijke kade zal er niet zijn geweest voordat het dorp Koedijk ontstond.

Koog
De achternaam Koeman is volgens het Meertens Instituut afgeleid van koopman. Analoog hieraan zou koogdijk tot koedijk kunnen verbasteren. Maar waren er kogen – stroken buitendijks land – langs de Koedijk? Kogen aan de westkant van de Rekere waren er zeker; hier lagen de dijken op grotere afstand van de hoofdstroom. Voor zover bekend liep de Rekere vlak langs de Koedijk en was er dus geen ruimte voor kogen aan de oostkant van de Rekere, maar zeker is dit niet. Mogelijk waren er omstreeks 1200 wel toch smalle kogen langs de rivier.
Ook zou er theoretisch een eerdere dijk geweest kunnen zijn die oostelijker lag, zodat later met de aanleg van de Noorder-Rekeredijk kogen zijn ingepolderd. Van een dergelijke eerdere dijk is echter noch in documenten, noch in het landschap of in toponiemen iets terug vinden.
Marianne Teunis schreef: Het kan dus alleen een koogdijk zijn als het een dijk rond een voormalige koog is. Maar waarom kan de dijk niet Koogdijk worden genoemd als hij grenst aan een niet-ingepolderde koog? Niet iedere dijk waarmee een koog werd ingepolderd werd koogdijk genoemd; bv. de Oosterdijk bij Sint Pancras. Er was dus geen regel wat dat betreft.
J.P. Geus vermeldt nog ergens een toponiem 'op de koog' in Koedijk, maar dat is helaas niet terug te vinden. 9.)
Als er toch sprake was van een koog of van kogen langs de oostkant van de Rekere, dan is het heel goed mogelijk dat Koedijk van Koogdijk (coechdijk etc.) is afgeleid:
Het is bekend dat de e vroeger werd gebruikt om een korte klinker lang te maken, zoals in Wassenaer, heemraed, etc. Om de i te verlengen heeft deze methode stand gehouden, zoals b.v. in bier. De methode werd ook gebruikt om de o te verlengen. Zo werd Vronen soms als Vroenen geschreven. En wat betreft kogen geef ik de volgende voorbeelden: de Heerenkoog werd in 1319 aangeduid als Heren Coech 10.), in rekeningen uit 1393-1396, komt 'Heren Hughen coech' voor en bij Sint Pancras lag de Beverkoog, die in 1480 als Binencoech voorkomt. 11.)
Coechdijk wordt coedijk; doordat de meeste namen in Noord-Holland die op -dijk eindigen het eindaccent hebben, kan assimilatie naar een vorm zonder g-klank gemakkelijk optreden.
Laten we hierbij ook niet vergeten dat het dier koe in het Fries ko is. In de dertiende eeuw was er hier vermoedelijk nog heel wat Friese invloed in het dialect. Ook als men coe schreef bleef de uitspraak voorlopig ko (immers van koog) en dit ko zal wel niet met een 'ronde' o zijn uitgesproken. Het zal eerder iets in de richting van het Engelse cow zijn geweest (welk woord dezelfde Oud-Saksische oorsprong heeft). Geleidelijk is men, onder invloed van het Hollands en in combinatie met de schijfwijze met oe, coe op de huidige wijze als koe gaan uitspreken.
Zelfs als koog hier niet met oe werd geschreven is een ontwikkeling naar koe nog goed denkbaar: coogdijk wordt codijk en dat wordt coedijk (analoog aan coopman – coman – koeman).





De dijken zoals die kort na 1200 in de omgeving van Koedijk gelegen moeten hebben. (Het dorp Koedijk zelf is omstreeks 1300 ontstaan.)
De middeleeuwse dijken zijn zwart. De ondergrond is een topografische kaart 1:50.000.
Bron: Westenberg J., Kennemer dijkgeschiedenis, Amsterdam/Londen, 1974.


Koop
Van Berkel & Samplonius zegt dat het eerste lid van de naam misschien koop was (vgl. mnl /coman/=koopman). Ik denk dat we deze gedachte kunnen laten varen omdat de Koedijk er eerder was dan het dorp van die naam. Voor 1300 waren er geen kooplieden.

Conclusie
Kade en koop zijn te onwaarschijnlijk om in aanmerking te nemen. Bocht is totaal ongeloofwaardig. Koe is – zeker in die tijd en in deze regio – wat mij betreft onwaarschijnlijk.
Blijft over: koog, welk woord bovendien zeer gemakkelijk in koe kon veranderen. En het is mogelijk dat er één of enkele kogen langs de dijk lagen. Deze zijn misschien later als gevolg van erosie verdwenen, toen de Rekere in de dertiende eeuw met grote kracht het land binnendrong. Of ze zijn bij de aanleg van de Pettemervaart in 1531 vergraven. 12.)
Maar al weten we dan ook niet precies hoe de liggen van deze koog of kogen was, de oorsprong van de naam Koedijk is zeer vermoedelijk Coechdijk.


Noten
1.) Merkwaardig genoeg had Marianne Teunis dezelfde ervaring: het niet kunnen terugvinden van een webpagina met koe = bocht.
2.) http://gtb.inl.nl/, Vroegmiddelnederlands Woordenboek: coe. Maar het woord moet veel ouder zijn, gezien de gemeenschappelijke Germaanse oorsprong van koe, kuh, cow, ku, ko, kyr. (Respectievelijk Nederlands, Duits, Engels, Scandinavisch, Fries en IJslands.)
3.) G. Kalverdijk, in: Warmenhuizen meer dan 4 eeuwen water- en veldnamen, St. COOG, p. 4.
4.) De Cock, 1965, p. 237. (Het was de oude westelijke dijk van Rekere.)
5.) http://www.vocsite.nl/woordenlijst/index.html?of=150
6.) Glossarium Nederlands Landschap, http://davdree.home.xs4all.nl/NL/glossarium.htm
7.) Zie o.a. J.K. de Cock, 1965, hoofdstuk V.
8.) http://www.meertens.knaw.nl/nfb, bij de naam Koedijk
9.
) Als 8. Marianne Teunis heeft dit toponiem niet in haar databanken kunnen vinden.
10.) De Herenkoog lag ten noorden van Aartswoud en is in zee verdwenen.
11.) J.P. Geus, in: Sint Pancras, Zuideinde en Oudorp, meer dan 4 eeuwen water- en veldnamen, St. COOG, p. 22.
12.) Mogelijk bevond zich in de oksel van de knik in de dijk bij het oude centrum van Koedijk een stukje buitendijks land (een koog), omdat de rivier/getijdenstroom waarschijnlijk een minder scherpe bocht zal hebben gemaakt dan de dijk! Juist op deze plek – waar later het dorp ontstond – werd de dijk Koogdijk genoemd.