POZIE


KLEINOOD


Hoe het als terloops de eigen plaats vond

in een stenen wereld, niemand in de weg,

net tussen macadam en stoeprand.

Kwetsbaarder dan vlees en bloed


bestaande dankzij minder dan n

vingerhoed bijeen gewaaide aarde.


Uit alle macht de deining van de dag

verdragend, het steeds aanwezige

gevaar van misstappende hakken,

van roekeloos verkerend blik

in de haast van haast te laat.


Door de aardbol net als wij

heel stevig aan zijn boezem

gedrukt terwijl bloot zonlicht

het een grootspraak van jawelste geeft:

Klein Hoefblad, karaatgeel bloeiend


Uit: Idioom van geluk (Uitgeverij Kontrast/Poeziefonds Open, 2016)
Inge Boulonois



BIJ DE ABSTRACTE SCHILDERIJEN VAN PIET MONDRIAAN


Geen mens nee zelfs geen boom

te zien, het groen voorbij, de wereld

weg gekeken, glad getrokken,

geschikt met een gesnoeid palet.



Windstil linnen, elk geruis gestold

in verf, de hang verradend naar dat

diepste evenwicht, de sluimerende

maat van alle dingen. De grote lijnen



trok hij zijwaarts en omhoog,

als volstrekte armen van een boom.

f die van ons, na alsmaar rekken

reiken naar elkaar en hemelwaarts


Uit: Idioom van geluk (Uitgeverij Kontrast/Poeziefonds Open, 2016)
Inge Boulonois



VERPLEEGHUIS


Zo'n plaats waar je liever niet, maar

als het thuis niet meer

omdat er door je hoofd te veel verleden

slingert, dan liever hier dan elders.


Dit huis slaat zijn armen veilig

om je heen. Je mag er tijd verliezen,

door bezoekers wakker worden gekust

en beesten strelen in de patio.


Terwijl je woorden moe van het bedoelen

worden, zinnen zich vergeten

en je lippen een geheimtaal vinden,

waait in je al meer stilte aan, totdat


En tot die tijd, ook als je dat niet meer beseft,

hangen in je eigen kamer boven het bed

de foto's van alle dierbaren, je kleinkinderen

lachend. Aan jou, hoe dan ook, gehecht


Uit: Idioom van geluk (Uitgeverij Kontrast/Poeziefonds Open, 2016)
Inge Boulonois



WIT


Het wit van niet begonnen werk,

van niks, een ongevormde overgave

aan je ogen, nog in en op te vullen

tijd. Zo pril dat je er amper op durft

komen, dat het je doet aarzelen zo stil.

Wit koestert al zijn mogelijkheden.

Je wacht met ingehouden adem

op een of ander aanzijn alsof

jijzelf daardoor ook pas ontstaat


Uit: Idioom van geluk (Uitgeverij Kontrast/Poeziefonds Open, 2016)
Inge Boulonois



MH17


een aardezwarte julimaand

een hoge vogel werd van lood


met koffers heen, in kisten thuis

gebracht - het hout van ongeloof


de spijkers van verdriet en woede:

hun toekomst uit de lucht geschoten


de dagenlange stoet van wagens

geliefde lichamen vol wonden


de jarenlange schaduwwolken

stapvoets voortbewegend -


Uit: Heerhugowaardse gedichten (MijnBestseller, 2014)
Inge Boulonois



HET EINDE


De scheurkalender op z'n dunst.

We ezelen de files in, de winkels

uit met mondvoorraad voor tien.

De oude kuddegeest drijft ons

de laatste avond bij elkaar.


Om samen van alles te nemen, te eten,

kwinkslagen te kaatsen en oud zeer

te soppen, onze hoofden dik gevoerd met roes.

De koelkast zoemt van welbehagen.


Aan alles komt een begin.

Klokslag scheurt het jaar zich los,

het jongste uur ontfermt zich over ons,

zoent zich wijd in. We drommen

vrieskou in voor namaaklicht

en gierende bewijzen van bestaan.


Veel later staan we zeldzaam traag

en zeldzaam langzaam op. We gaan

het jaar weer overdoen


Uit: Idioom van geluk (Uitgeverij Kontrast/Poeziefonds Open, 2016)
Inge Boulonois