George: Is dat de reden waarom je op een Hofner bent begonnen?

Paul: Daarom en om de prijs. Een Fender lag buiten mijn financiële bereik. We verdienden vijftien pop per week in Hamburg en Hofner kostte al dertig pop. Pas sinds die tijd ben ik serieus gaan spelen. Ik denk dat in onze eerste opnamen de bas niet  bepaald interessant was; in de mix bleven bas en drums op de achtergrond. Pas bij Sgt. Pepper begon het iets te betekenen. Ik speelde toen bijna lead-bas.

George: Opmerkelijk facet van je basspel was dat je melodieën speelde.

Paul: Ja, omdat ik toen ook songs schreef. Mijn basspel is, om te beginnen, een uitvloeisel van het kijken naar basgitaristen- de nachtclubjongens. Na een tijdje kreeg ik er zin in: ik wilde best de ruggegraat van het ensemble zijn. Heel in het begin had ik een vriend, Adrian Barber, die voor mij wat wij 'de doodskist' noemen bouwde: een grote kast met twee 15-inch-speakers erin en zwart bekleed; dat was wat je noemt een basgeluid. Ik gebruikte een quad-versterker. Toen ik dat grote basgeluid eenmaal had, kon ik echt iets doen. In plaats van alleen maar de akkoorden te ondersteunen, begon ik tegenmelodie te maken met de bas. Als oud-gitarist was het makkelijk om over te schakelen naar basgitaar. Die heeft de vier laagste snaren van de gitaar.

George: En een basgitaar klinkt meer door dan een contrabas. Je kan de melodieën beter horen. Een contrabas geeft een soort plof.

Paul: Als je gewone bassisten een melodie hoort spelen, dan klinkt het nooit lekker. Het gaat niet zo makkelijk.

George: Welk advies zou jij aan een jonge bassist geven?

Paul: Veel spelen om te  beginnen, veel voor publiek. Het heeft geen zin om er alles van te leren en het nergens te doen; voor publiek moet het er echt uitkomen. Ik zou om te  beginnen veel met plectrum werken. Verder is het een zaak van inzicht en persoonlijke smaak.

George: Heb je wel eens een fretloze bas geprobeerd?

Paul: Ja, maar ik ben er niet dol op, gewoon omdat ik gewend ben te  bassen met frets. Zonder voel ik mij naakt en weet ik niet waar in ben. Een bas met frets is mijn instrument, je moet verdraaide goed zijn om een fretloze te spelen; wie dat niet is speelt vals. Als ik een fretloze zou spelen, zou ik de frets er op schilderen. Ik zou de gok niet wagen, want het verschil tussen zuiver en vals is gering. Je kan nog zo mooi spelen, maar één fout en alles is kapot. Het enige voordeel is dat je er mooie glijders op kunt maken.

George: Maar dat kun je mét frets ook.

Paul: Jawel, maar niet zo makkelijk.

George: Zijn er bassisten die je  speciaal bewondert?

Paul: Ik bewonder, vooral omdat ik het zelf niet kan, die wat ik noem 'bumthwacking' (billenkoek) basstijl. De moderne vorm van 'billenkoek', die je met je duim doet, wordt heel goed gedaan door Louis Johnson. Ik bewonder hem zeer. En verder George Porter van the Meters, de New Orleans-groep. Zij hebben nog geen hits, maar het is een verdomd goede groep fijne muzikanten, waarvan Art Neville er een is, een ras R&B-man. George Porter is fantastisch: zijn rock is goed, zijn funk is goed en wat zijn groep normaal doet-R&B-is goed. En natuurlijk ben ik weg van Stanley Clarke.

 

HOME

<