PAUL McCARTNEY

Basgitaar spelen

Paul McCartney in gesprek met George Martin

George: Vertel eens hoe jij basgitarist bent geworden?

Paul: Dat is een heel  verhaal. Er is laatst een boek verschenen waarin ik als hard en ongevoelig werd beschreven; het ergert mij dat die ideeŽn in de wereld zijn gekomen door een geschiedenis met Stuart Stucliffe, onze eerste basgitarist. Stuart werd onze basgitarist, omdat we er geen hadden.De oorspronkelijke Beatles-formatie bestond namelijk uit drie gitaren; als wij een optreden hadden,werd er gevraagd: 'waar is jullie drummer?' En dan zeiden wij: 'Geen drummer, man; het ritme zit in de gitaren!' Zo verkochten wij het.We moesten toch wat zeggen, want iedereen verwachtte een drummer.Stuart, een vriend van John van de kunstacademie, won een schilderprijs van 75 pond. Dat was in die dagen een fortuin. Wij haalden hem over daar een basgitaar voor te kopen. Veel zin had hij er niet in, hoewel hij er best gek op was.

George: Maar hij was dus in elk geval een muzikant?

Paul: Welnee! Het was een kwestie van 'Dat kun je leren Stu, je wilt toch graag een bas? Het was zoiets van 'Oh, ja? Nou vooruit!' Na wat drankjes hadden we hem zover dat hij het zijn toekomst vond. Dus hij kocht een schitterende grote Hofnerbas. In die tijd was de basgitaar een instrument waar je maar wat op klooide; het had absoluut geen glamour.

George: Een soort derderangsinstrument?

Paul: Dikke jongetjes speelden bas, weet je nog. Zoals iemand op zijn hond lijkt, zo leek je ook op je instrument. Ik had er helemaal geen trek in. Ik had een gitaar. Wij gingen naar Hamburg. Mijn gitaar brak, omdat hij waanzinnig goedkoop was. Mijn vader heeft mij altijd op het hart gedrukt geen schulden te maken, dus ik had een gitaar van 7 pond. Schulden konden de anderen niet schelen- zij hadden niet zulke vaders. Zij sprokkelden 50 pond bijeen en hadden dus goede gitaren. Dus toen mijn gitaar brak, werd ik aan de piano gezet. Thuis hadden wij een piano en ik wist zo ongeveer waar de C en de E zaten; door te improviseren leerde ik de akkoorden; ik heb toen heel wat opgestoken. Stu bleef in Hamburg wonen met Astrid, verliefd. Ik haalde hem over mij zijn bas te lenen, maar hij wilde niet dat ik de snaren verwisselde zodat ik het op zijn kop moest leren met pianosnaren omdat wij ons geen bassnaren konden veroorloven. Wij sneden die gewoon uit de piano's. In al die clubs moeten zij zich hebben afgevraagd, wat er toch met de piano aan de hand was. Wij hadden van die tangen en het ging van 'Kom op, jongens, een A- waar zit de A- knip!, knip!' en wij hadden een A-snaar. Ze deden het trouwens  verbazend goed.

George: Het zijn nogal harde dingen; was dat niet pijnlijk voor de vingers?

Paul: Het was moordend, maar beter dan niets! Stu had altijd bebloede vingers, grote sneeŽn erin. Maar goed, ik haalde Stu telkens over mij zijn bas te lenen.

George: Waarom werd jij er mee opgezadeld en niet George?

Paul: Ik weet het niet. Ik denk dat het een kwestie was van 'Ik speel....geen basgitaar- dat doe ik niet'. Over dat soort dingen hadden we altijd ruzie. Ook bijvoorbeeld over wie zou rijden. Goed, ik werd uitgepikt. Mijn gitaar was stuk en ik speelde piano, dus zouden ze mij ook wel met   de bas kunnen opschepen. Stu ging weg en zij hadden hun gitaren nog. Toen ging ik eens kijken of er voor mij, als linkshandige, niet een eigen instrument was te krijgen. Een symmetrische, want de meeste zien er belachelijk uit als je ze ondersteboven houdt, omdat ze aan ťťn kant zijn uitgesneden. De vioolvorm is symmetrisch. je hoeft alleen maar  de slagplaat te verplaatsen en je hebt een prima ogend instrument. Alle knoppen zitten natuurlijk verkeerd, maar dat ziet niemand.

HOME

 >